Artikels

Het huwelijk tussen AI en de staat: imperialisme 3.0

Sébastien Broca

—20 mei 2026

Hoe kunnen we de opkomst en de rol van de Amerikaanse technologie-industrie begrijpen? In pers en tijdschriften strijden begrippen als ‘technofeodalisme’, ‘donkere Verlichting’ en ‘technofascisme’ om de eerste plaats als trendy conceptuele doorbraak. Een historisch perspectief relflecteert echter een ouder, maar steviger begrip: imperialisme.

Shutterstock

De notie ‘imperialisme’ beleeft de laatste maanden een opleving die de onrust in de wereld weerspiegelt. De tweede ambtstermijn van president Donald Trump heeft de term weer actueel gemaakt. Hij duikt cyclisch op om het buitenlands beleid van de Verenigde Staten te bekritiseren. Oorspronkelijk duidde ‘imperialisme’ echter op iets preciezer: de nauwe band tussen staten en grote economische monopolies en hun gezamenlijke expansionisme, in een context van rivaliteit tussen grootmachten. Om de relatie van wederzijdse afhankelijkheid tussen de Amerikaanse staat en de Big Tech vandaag te begrijpen, blijkt deze benadering die door verschillende theoretici aan het begin van de twintigste eeuw werd ontwikkeld, bijzonder verhelderend.

In de post-Napoleontische periode heerst er een relatieve internationale stabiliteit. De decennia die de oorlog van 1914-1918 voorafgaan kenmerken zich echter door een koloniale opmars en door een verscherping van de tegenstellingen tussen de grootmachten. Op economisch vlak staat de invoering van protectionistische maatregelen in schril contrast met het liberalisme van de voorgaande periode. De Britse econoom John Hobson noemt deze historische situatie in 1902 ‘imperialisme’. Dat imperialisme kenmerkt zich door de confrontatie tussen “rivaliserende imperiums, elk gedreven door dezelfde aspiraties van politieke expansie en commercieel gewin”.1

Sébastien Broca is hoogleraar informatie- en communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Parijs-VIII.

Enkele jaren nadien namen verschillende marxistische denkers het onderwerp ter hand: Rudolf Hilferding, Rosa Luxemburg, Nikolaj Boecharin en – de beroemdste onder hen – Vladimir Iljitsj Oeljanov, beter bekend als Lenin. Hoewel hun opvattingen op bepaalde punten verschillen, baseren zij hun benadering allemaal op een analyse van de economische veranderingen. Het kapitalisme zou voortaan worden gekenmerkt door de vereniging van het industrieel kapitaal en het bankierskapitaal (wat Hilferding “financieel kapitaal” noemt), maar ook door de alliantie tussen de grote ondernemingen en de staten waar zij uit voortkomen. Boecharin beschrijft de opkomst van “nationale kapitalistische trusts.2 De grote, geconcentreerde onderneming, die haar nationale markt domineert, heeft voortaan de politieke en militaire macht van de staat nodig om de steeds heviger wordende wereldwijde concurrentie het hoofd te bieden.

Voor marxistische theoretici “markeert het imperialisme de overgang van het kapitalistische regime naar een hogere economische en sociale orde.”3 Op dit punt heeft de geschiedenis hen behoorlijk ongelijk gegeven. Imperialisme moet dan ook worden beschouwd als een vorm van kapitalisme die cyclisch terugkeert wanneer de dominantie van een hegemoniale macht afbrokkelt. De overgang van het liberalisme naar het imperialisme in de jaren 1880-1914 is dan ook te verklaren door de industriële neergang van het Verenigd Koninkrijk. Het land bekeerde zich  tot protectionisme om de opkomst van zijn rivalen een halt toe te roepen. Leven we vandaag in een vergelijkbaar tijdperk? De verzwakking van de Verenigde Staten heeft ertoe geleid dat de vrijhandelsglobalisering die zich onder hun toezicht ontwikkelde effectief ter discussie wordt gesteld. Dit blijkt uit de opkomst van China, uit de marginalisering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), uit de nieuwe douanebarrières en uit de aftakeling van het internationaal recht. De Amerikaanse minister van Handel, Howard Lutnick, bevestigde dat zonder omwegen op 20 januari jongstleden in Davos: “De globalisering heeft het Westen en de Verenigde Staten van Amerika geen goed gedaan, het is een beleid dat gefaald heeft.”

Bedrijven ‘too big to fail’

Net als bij het begin van de 20e eeuw, neemt de kapitaalconcentratie spectaculair toe. In januari 2026 vertegenwoordigden de zeven grootste Amerikaanse technologiebedrijven (Nvidia, Alphabet, Apple, Microsoft, Amazon, Meta, Tesla) 34 % van de totale waarde van de S&P 500-beursindex, tegenover ‘slechts’ 12,5 % in 2016. In 2025 was de Amerikaanse groei grotendeels het gevolg van gigantische investeringen door de techsector om nieuwe infrastructuren voor kunstmatige intelligentie (AI) uit te rollen en om de ‘sterren’ van de sector (OpenAI en Anthropic) te ondersteunen. Alleen al voor Amazon, Alphabet (Google), Microsoft en Meta , zouden deze investeringen in 2026 nog verder stijgen tot 650 miljard dollar. (Reuters, 23 februari 2026)

Het behoud van de Amerikaanse tech in de economische structuren van de globalisering botst met Washingtons wens om de waardeketens te reorganiseren op basis van nationale veiligheidsbelangen.

Hoewel de enorme winsten van deze bedrijven een tijdlang de kapitaalorgie hebben gevoed, volstaan ze niet langer. OpenAI en Anthropic zijn van plan om in 2026 naar de beurs te gaan om extra middelen aan te trekken. De sector moet ook steeds grotere bedragen lenen bij niet-bancaire financiële spelers: private equity (niet-beursgenoteerd vermogen), vermogensbeheerders en particuliere kredietverstrekkers. De leveranciers van AI-infrastructuur, Oracle en CoreWeave, zouden zich voor 100 miljard dollar in de schulden hebben gestoken. Ook grote spelers, zoals Amazon, Google en Meta, maken gebruik van leningen via ingewikkelde financiële constructies.4 De tech-sector is daardoor meer dan ooit verweven met de financiële wereld, terwijl de winstvooruitzichten onzeker blijven. Zo verwacht OpenAI pas in 2029 winstgevend te zijn.

Dit alles verklaart de beslissende rol van de Amerikaanse overheid, die zich nu toelegt op het “beperken van risico’s” bij dit soort uitgaven. Op 5 november 2025 suggereerde de financieel directrice van OpenAI in de Wall Street Journal een “federale garantie” om investeringen in AI-infrastructuur veilig te stellen. Door de storm die dat ontketende, werden haar uitspraken snel gecorrigeerd. De boodschap was echter duidelijk: OpenAI was voortaan ‘too big to fail’ geworden. Dat wil zeggen: te belangrijk voor de overheid om mogelijke moeilijkheden (nog) te kunnen negeren.

Afgezien van dit specifieke geval voert de regering-Trump een industriebeleid. De staat stimuleert de vestiging van datacentra, kolencentrales en kerncentrales op grond die haar toebehoort. Bovendien stelt zij deze nieuwe installaties vrij van de milieu-effectenrapporten die de National Environmental Policy Act (NEPA) eist. Het Witte Huis heeft ten slotte het ministerie van Handel gevraagd financiële steun te verlenen (leningen, garanties, subsidies, fiscale stimulansen, douanevrijstellingen) aan deze strategische projecten.5 Zo maakt Washington – voor wie het wil zien – duidelijk dat de werkelijkheid zelfs in de verste verte niet meer lijkt op een zelfregulerende markt.

Pax Silica, het antwoord op het Chinese beleid van technologisch-wetenschappelijke autonomie is symbolisch voor een wereld waarin de Amerikaanse tech zich niet autarkisch kan ontplooien en daarom haar internationale afhankelijkheden moet herzien.

Meer dan een eeuw geleden benadrukte Boecharin dat het imperialistisch beleid verscheurd was tussen de internationalisering van de economie en de wil om deze “in nationale kaders in te bedden”.6 Deze constatering is vandaag opnieuw tamelijk relevant. Al tientallen jaren stelt de neoliberale globalisering VS-techbedrijven in staat het grootste deel van de waarde die in mondiale ketens wordt geproduceerd naar zich toe te trekken. Ze steunen daarbij op talrijke onderaannemers, met name in Zuidoost-Azië. Nu opeenvolgende Amerikaanse regeringen de strategische afhankelijkheden van de Verenigde Staten willen verminderen en rekenen op AI om de overhand op China te behouden, wordt deze economische organisatie echter ter discussie gesteld. Het behoud van de Amerikaanse tech in de economische structuren van de globalisering bots immers met de wens van Washington om de waardeketens te reorganiseren op basis van haar nationale veiligheidsvereisten.

Door dat alles neemt het economisch interventionisme verschillende vormen aan. De Amerikaanse staat neemt een aandeel in bedrijven die als strategisch worden beschouwd – van mijnbouw tot kernenergie en halfgeleiders. De staat heeft met Nvidia een overeenkomst gesloten waardoor het 25 % ontvangt van de inkomsten uit de verkoop van de H200-chips aan China. Voorheen vielen die nog onder een embargo. De Wall Street Journal spreekt dan ook van de opkomst van een nieuw “staatskapitalisme” (11 augustus 2025).

Pax Silica

Een ander symbolisch initiatief is de Pax Silica-alliantie. Pax Silica streeft ernaar om, onder Amerikaanse leiding, een coalitie op te bouwen tussen “bondgenoten en betrouwbare partners” om de AI-waardeketen te beveiligen. De alliantie staat onder auspiciën van het VS-ministerie van Buitenlandse Zaken en wordt geleid door Jacob Helberg, staatssecretaris voor Economische Zaken. Helberg is een voormalig medewerker van Google en Palantir en staat bekend om zijn onverzettelijke standpunten ten opzichte van China. Het domein van de groepering strekt zich uit van zeldzame aardmetalen tot de meest geavanceerde technologische modellen.7 De coalitie telt momenteel leden als Australië, Zuid-Korea, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Griekenland, India, Israël, Japan, Qatar, het Verenigd Koninkrijk en Singapore. Ieder draagt erin bij op basis van zijn sterke punten: Australië levert kritieke metalen, Qatar en de VAE goedkope energie en investeringscapaciteit, Japan en Zuid-Korea expertise op het gebied van halfgeleiders, … De Verenigde Staten behouden de controle over de meest cruciale aspecten van het innovatieproces, terwijl ze tegelijkertijd afzetmarkten voor hun technologische producten veiligstellen. Op die manier biedt Pax Silica een antwoord op het Chinese beleid van technologisch-wetenschappelijke autonomie. Het staat symbool voor een wereld waarin de Amerikaanse tech zich niet autarkisch kan ontplooien, maar wél haar internationale afhankelijkheden herziet in het licht van nieuwe politieke prioriteiten.

Verre van de techno-libertarische fantasieën, volgens welke grote technologiebedrijven zich zouden autonomiseren ten opzichte van de staat, bestaat er in de VS een militair-digitaal complex; een situatie die doet denken aan het begin van de 20e eeuw.

Zoals in elke imperialistische historische context staat de militaire kwestie centraal. De wederzijdse afhankelijkheid tussen de Amerikaanse staat en de tech-sector draait om defensie- en veiligheidskwesties. Dat bleek in februari al uit de krachtmeting tussen Anthropic en het Pentagon. Anthropic weigerde het gebruik van zijn AI Claude om autonome wapens zonder menselijk toezicht te besturen of om de Amerikaanse bevolking te surveilleren.  De VS-president reageerde daar op door de federale agentschappen te verbieden nog samen te werken met het bedrijf. Veel van de technologieën die onder het AI-label worden ontwikkeld, moeten de militaire suprematie en het economische overwicht van Washington waarborgen. Het Witte Huis streeft naar een “onbetwiste en onbetwistbare wereldwijde technologische dominantie.” Het Pentagon heeft AI zelfs voorgesteld als de“nieuwe onmiskenbare bestemming van Amerika.”8

In deze context overwon de overgrote meerderheid van de bedrijven in Silicon Valley hun terughoudendheid om met de politie en het leger samen te werken. Deze ommezwaai werd theoretisch onderbouwd door de medeoprichter van Palantir, Alexander Karp. Volgens hem eist het behoud van de VS-suprematie de “samenwerking tussen de staat en de software-industrie.”9 Sinds 2013 levert Amazon zijn clouddiensten aan de Central Intelligence Agency (CIA); sinds 2021 aan de National Security Agency (NSA) en sinds 2022 aan het ministerie van Defensie. Het doet dat in het kader van een contract met Google, Microsoft en Oracle. Meta staat nu militair gebruik van zijn AI-model Llama toe en heeft Scale AI overgenomen, een pareltje in de defense tech waaruit Michael Kratsios afkomstig is. Kratsios is vandaag de belangrijkste adviseur van Trump op het gebied van technologie en wetenschap. OpenAI heeft dan weer snel geprofiteerd door de plaats van Anthropic bij het Pentagon in te nemen. Het personeelsverkeer (‘de draaideur’) tussen Big Tech en militaire instellingen neemt toe.10

In tegenstelling tot techno-libertarische fantasieën als zouden grote technologiebedrijven zich willen onttrekken aan de staat, is er vandaag een militair-digitaal complex ontstaan en beleven we opnieuw een situatie die doet denken aan die van het begin van de twintigste eeuw.

De politieke macht en de kapitalistische elites worden heen en weer geslingerd tussen tegenstrijdige tendensen: tussen de ‘haviken’, voorstanders van een harde lijn ten opzichte van China, en een meer neoliberale stroming, die aandringt op een versoepeling van de technologische en commerciële beperkingen.

Verschillende kenmerken blijven echter specifiek voor de huidige periode. Ook al verkeert de VS-hegemonie in een crisis, de concurrentie tussen imperialistische mogendheden is vandaag veel onevenwichtiger dan vóór 1914. De alliantie tussen de staat en het kapitaal floreert in een context waarin de onderlinge afhankelijkheid van nationale economieën veel verder reikt dan aan het begin van de twintigste eeuw. De politieke macht en de kapitalistische elites worden heen en weer geslingerd tussen tegenstrijdige tendensen. De regering-Trump is verdeeld tussen de ‘haviken’, voorstanders van een harde lijn ten opzichte van China, en een meer neoliberale stroming, die aandringt op een versoepeling van de technologische en handelsbeperkingen.11 Deze ambivalentie is ook terug te vinden in Silicon Valley. Bedrijven als Nvidia en Oracle willen in geen geval afzien van economische uitwisselingen met China, terwijl defensietech-bedrijven juist baat hebben bij een verdere verscherping van de Chinees-Amerikaanse rivaliteit.

“Een race die niet gewonnen kan worden”

De imperialistische koers van de tech-sector zorgt voor onrust binnen de bedrijven zelf, bijvoorbeeld bij Google, waar de meeste werknemers aanhangers zijn van de Democratische Partij.12 Corruptie, nepotisme en ambtsmisdrijven kenmerken de alliantie van de tech-sector met de regering-Trump. Ze dreigen bovendien de kloof tussen de elites van Silicon Valley en de volksbasis van de MAGA-beweging (‘Make America Great Again’) te vergroten. Een laatste onbekende, en niet de minste, betreft de technologie zelf: sommige deskundigen beschouwen de ontwikkeling van AI ‘koste wat het kost’ als een strategische fout. Volgens onderzoeker Gary Marcus “is het mogelijk dat het land dat zich niet zó diep in de schulden steekt dat het financieel failliet gaat bij een zinloze poging om een race te winnen die niet te winnen is, uiteindelijk de echte winnaar wordt.”13 Dat lijkt gewoon een andere manier om duidelijk te maken dat imperia over het algemeen ten onder gaan aan hun eigen overmoed.

Vertaling van Sébastien Broca “Les noces de l’IA et de l’État”, Le Monde Diplomatique, april 2026. Lava Media maakt deel uit van Les éditions internationales van Le Monde Diplomatique. Maandelijks publiceren we in Nederlandse vertaling drie artikels uit het Franse maandblad. Vertaling door Jan Reyniers.

Footnotes

  1. John A. Hobson, Imperialism. A Study, James Pott & Co., New York, 1902.
  2. NikolajBoecharin, L’Économie mondiale et l’Impérialisme. Esquisse économique, Anthropos, Parijs, 1971 (1ste uitgave: 1917).
  3. Vladimir Ilitch Lenin, L’Impérialisme, stade suprême du capitalisme, Éditions sociales, Parijs, 1945 (1ste uitgave: 1917).
  4. Zie Evgeny Morozov, « La souveraineté comme marchandise américaine », Le Monde diplomatique, november 2025 ; zie ook Advait Arun, « Bubble or nothing : Data center project finance » (PDF), Center for Public Enterprise, november 2025.
  5. Zie Brian J. Chen, « The big AI state : How the Trump administration is shaping US industrial policy toward “global technological dominance” », Data & Society, 21 januari 2026.
  6. Nikolaj Boecharin, L’Économie mondiale et l’Impérialisme…, op. cit
  7. United States department of state, « What is Pax Silica ? ».
  8. ) « Winning the race. America’s AI action plan », The White House, juli 2025 ; « The war department unleashes AI on new GenAI.mil platform », VS-ministerie van Oorlog, 9 december 2025.
  9. Alexander Karp en Nicholas Zamiska, The Technological Republic. Hard Power, Soft Belief, and the Future of the West, Crown Publishing, New York, 2025.
  10. Zie Francesca Bria, « Le coup d’État de la tech autoritaire », en Evgeny Morozov, « La souveraineté comme marchandise américaine », Le Monde diplomatique, november 2025.
  11. Cf. Mathilde Velliet, « Les trumpistes veulent-ils vraiment faire la guerre à la Chine ? », Institut français des relations internationales (IFRI), Parijs, 3 februari 2026.
  12. Zie Kali Hays, « Google staff call for firm to cut ties with ICE », BBC, 6 februari 2026 ; zie ook Frédéric Lordon, « Marx va avoir raison (IA et lutte des classes) », La pompe à phynance, 2 maart 2026.
  13. Gary Marcus, « The core misconception that is driving American AI policy », Marcus on AI, 14 décembre 2025.