‘De echte vraag is of we in staat zullen zijn om in heel Europa krachten op te bouwen die de klassenstrijd kunnen leiden, het vertrouwen van werkende mensen kunnen winnen en die strijd duidelijk kunnen verbinden met verzet tegen militarisering en met de strijd voor socialisme. Dat is voor mij de centrale opdracht voor 2026’, zegt Peter Mertens, algemeen secretaris van de Belgische Partij Van De Arbeid, in een interview met Ana Vračar.
Gedurende heel 2025 oogde het politieke establishment van Europa steeds meer stuurloos. In eigen land kregen regeringen te maken met toenemende woede over hernieuwde besparingen en versnelde militarisering; internationaal werden ze herhaaldelijk opzijgeschoven en vernederd door de regering-Trump. Toch blijven Europese leiders doorgaan op dezelfde weg: ze engageren zich voor miljarden aan gezamenlijke schulden om de oorlog in Oekraïne te verlengen, terwijl ze elders steun bieden aan de imperialistische prioriteiten van de VS – van het steunen van Israëls genocide in Gaza tot het goedkeuren van dreigementen tegen Venezuela en andere Latijns-Amerikaanse landen.
Naarmate deze trends zich doorzetten in 2026, lijkt het komende jaar grote risico’s in te houden voor de Europese werkende klasse: via de mogelijkheid van dienstplicht, de normalisering van oorlogslogica en verdere aanvallen op verworven rechten. Tegelijkertijd kunnen deze ontwikkelingen nieuwe vormen van verzet op het hele continent doen ontstaan.
In deze context sprak Ana Vračar namens Peoples Dispatch met Peter Mertens, algemeen secretaris van de Belgische Partij Van De Arbeid van België (PVDA), die is uitgegroeid tot een belangrijk referentiepunt voor anti-oorlogs- en anti-besparingspolitiek in Europa. Mertens blikt terug op de belangrijkste politieke tendensen van 2025 – en op de gevaren en kansen die in het komende jaar voor ons liggen.
Aan het begin van het jaar kreeg België een nieuwe regering, de zogenaamde Arizona-coalitie. Sindsdien zijn er grootschalige mobilisaties tegen die regering geweest. Ik wil beginnen met de vraag: waar staan we nu met de regering en wat kunnen we verwachten van de mobilisaties in de toekomst?
België heeft nu al ongeveer een jaar een zeer rechtse regering, die half schertsend de Arizona-coalitie wordt genoemd. Wat ze proberen te doen, is een enorme sociale afbraak organiseren, eigenlijk een grote hold-up op de rug van de werkende mensen.
Het verzet tegen deze regering kwam onmiddellijk op gang. Midden januari, net voor de regering officieel aantrad, protesteerden 35.000 mensen in Brussel. Een maand later stonden er al 100.000 mensen op straat. En die mobilisatie is zonder onderbreking blijven doorgaan. Het is een van de grootste sociale mobilisaties sinds de jaren zestig: het afgelopen jaar waren er in het hele land 13 grote nationale acties rond sociale en economische thema’s, in de vorm van betogingen of algemene stakingen. En er ligt nu een actieplan tot en met januari, februari en maart 2026, gesteund door de vakbonden ACV en ABVV.

Een van de belangrijkste redenen waarom deze mobilisatie zo lang standhoudt, is volgens mij dat de eisen breed gedragen worden, niet alleen onder de werkende bevolking, maar in brede lagen van de samenleving. Het centrale thema is de pensioenen. Er is sterke weerstand tegen beleid dat mensen wil dwingen om te werken tot 67 jaar.
Daarnaast is er de loonindexering. In België bestaat een automatisch indexeringsmechanisme dat ervoor zorgt dat lonen stijgen wanneer de prijzen stijgen, om werknemers te beschermen tegen inflatie. Dat is een hard bevochten verworvenheid van de werkende klasse, maar de regering wil dit systeem verzwakken. Een derde punt gaat over premies – extra vergoedingen voor mensen die bijvoorbeeld ’s nachts werken. Ook daar wil de regering in snijden. Tot slot is er een positieve eis die de beweging verenigt: een miljonairstaks.
Dat gezegd zijnde weigert de regering te luisteren naar de vakbonden en duwt ze haar plannen toch door, met een zeer autoritaire, uitgesproken besparingsgerichte aanpak. We weten dus nog niet hoe dit zal eindigen. Wat wel duidelijk is, is dat het zal uitmonden in een grote confrontatie.
De Arizona-regering is ook een van de luidste pleitbezorgers van militarisering in Europa. Hoe kijkt u naar deze toenemende normalisering van militaire uitgaven en oorlog?
Wij mobiliseren hiertegen van bij het begin. Onze positie is duidelijk: we zijn tegen de oorlog in Oekraïne en ook tegen het beleid van de Europese Unie om die oorlog te verlengen. Wat we vandaag zien, is dat sommige Europese leiders – ik noem ze secundaire leiders, die in hun eigen land weinig populair zijn – nu het EU-beleid bepalen en aandringen op het voortzetten van deze bloedige, waanzinnige oorlog.
We verzetten ons niet alleen tegen de oorlog zelf, maar ook tegen de bredere militarisering van de samenleving. Donald Trump is er al in geslaagd deze militariseringsagenda vooruit te stuwen tijdens de NAVO-top in Den Haag in juni, toen hij de norm van 5% defensie-uitgaven oplegde – wat wij meteen de “Trump-norm” noemden. Zijn boodschap was duidelijk: de oorlog in Oekraïne is te duur voor de VS en zij willen zich focussen op China. Europa moet de rekening betalen.
In die context was wat er recent in Duitsland gebeurde, met de grote scholierenstaking begin december, bijzonder belangrijk. Tienduizenden jongeren kwamen op straat tegen de terugkeer van de dienstplicht. Dat debat duikt nu ook op in België.

Het is niet verwonderlijk dat we veel angst horen bij jongeren. Uitspraken zoals die van Mark Rutte, de secretaris-generaal van de NAVO, die onlangs zei dat mensen zich moeten voorbereiden op een grootschalige oorlog zoals hun grootouders dat deden, zaaien angst. Als reactie proberen wij een beweging op te bouwen die zich verzet tegen de militarisering van jongeren en van de samenleving als geheel.
Die strijd is op zich belangrijk, maar hij is ook duidelijk verbonden met besparingen. Het verband is overduidelijk. De rechtse regering wil een besparingspakket van 32 miljard euro opleggen, wat enorm is voor België. Tegelijkertijd gaat een aanzienlijk deel van de overheidsuitgaven naar militaire uitbreiding. Elke sector van de Belgische – en volgens mij Europese – samenleving staat onder druk: de gezondheidszorg wordt ondergefinancierd, wegen waren slecht onderhouden, voorzieningen voor de jeugd storten in, zelfs gevangenissen zitten overvol. Het is overal in Europa een ramp. De enige sector die massaal groeit, is het leger.
Voelen mensen de gevolgen van deze besparingsdrang nu al?
In België vertaalt dit zich rechtstreeks in besparingen. Dezelfde regering die miljarden wegsnijdt uit sociale uitgaven, koopt F-35-gevechtsvliegtuigen, nieuwe marineschepen en wapensystemen. We hebben al die dingen niet nodig. De Belgische kustlijn is amper 66 kilometer lang: we zijn een klein land. Als een vliegtuig opstijgt van Belgisch grondgebied, is het binnen een minuut het land uit. Dit gaat niet over defensie. Dit gaat over het opbouwen van een offensieve militaire macht, gekoppeld aan imperialistische belangen: Europese imperialistische belangen en Belgische imperialistische belangen. Dat was van bij het begin duidelijk.
Er bestaat uiteraard een alternatief voor besparingen. België geeft miljarden euro’s aan fiscale voordelen aan grote bedrijven. Ondernemingen krijgen vrijstellingen en kortingen op sociale bijdragen en belastingen, goed voor 15 miljard euro in 2025. Door zelfs maar een deel van deze cadeaus in vraag te stellen, kunnen we miljarden vrijmaken voor de sociale zekerheid. Nog eens miljarden zitten verborgen in belastingparadijzen en worden niet aangepakt, deels omdat de belastingdiensten te weinig personeel hebben. Tegelijkertijd blijven miljoenen naar de VS vloeien voor duur en milieuschadelijk LNG-gas, in plaats van goedkopere alternatieven, zoals gas uit Rusland. En uiteraard is er geen ernstige belasting op de superrijken.
Dit is dus niet alleen een budgettaire kwestie, maar ook een politieke. Delen van de Europese bourgeoisie hebben gekozen voor de militarisering van de samenleving en de voorbereiding op oorlog tegen Rusland, en ze stoken daarbij haat op. Intern betekent zo’n koers altijd hetzelfde: oorlog tegen de werkende klasse, tegen de sociale zekerheid en tegen openbare diensten, die de prijs zullen betalen voor de militarisering.
Tegelijk zien we dat Europese elites internationaal terrein verliezen. Sinds het begin van de tweede ambtstermijn van Trump proberen veel Europese leiders openlijk zijn gunst te winnen – maar dat lijkt niet te werken. Europa lijkt eerder in een crisis te verkeren. Hoe zou u de positie van Europa in de wereld vandaag omschrijven?
Deze enigszins freudiaanse houding van Mark Rutte en van Europese leiders van tweede rang, die president Trump ‘papa’ noemen en hem proberen te behagen, is een ramp. Het is ook een spiegel van de bredere situatie in Europa.
Wat is er dit jaar gebeurd? In juni legde Trump de 5%-NAVO-norm op. In juli kregen we het zogenaamde ‘handelsakkoord’ – dat eigenlijk geen akkoord is, want Amerikaanse goederen mogen Europa binnen zonder invoerrechten, terwijl Europese goederen te maken krijgen met tarieven van 15%, en zelfs 50% op staal en aluminium. Daarbovenop beloofde Europa 1.350 miljard dollar aan investeringen. Het was een zomer van vernedering, daar is geen andere term voor.
Dit wijst op een dieper probleem: deze generatie Europese leiders bestaat nauwelijks als politieke generatie. Het zijn secundaire figuren. Dat is geen belediging, maar een beschrijving. Neem Duitsland: huidig bondskanselier Friedrich Merz werd tijdens het tijdperk-Merkel opzijgeschoven en als ongeschikt beschouwd voor leiderschap. En nu staat hij plots aan het roer. Mark Rutte verliet Nederland in een crisis, die nog steeds voortduurt. Emmanuel Macron regeert zonder populaire steun, Keir Starmer evenmin. Kaja Kallas komt uit een zeer klein land waar ze weinig steun geniet, maar profileert zich toch als een grote anti-Russische, anticommunistische figuur binnen de EU.
Deze groep heeft geen echte visie, en zeker geen ernstig begrip van de wereldsituatie. De realiteit is dat het centrum van de wereldeconomie verschuift naar Azië, naar China, India en de BRICS-landen. Als reactie op deze historische verschuiving raakt de VS in paniek en voert het een nieuwe veiligheidsstrategie in. En de waarheid is eenvoudig: de VS zegt dat het Europa eigenlijk niets meer kan schelen. In die context is Trump volgen als een klein hondje niet het antwoord. LNG-gas kopen van Trump is niet het antwoord. Wapens kopen van Trump is niet het antwoord.
Een andere stroming binnen de EU probeert hierop te reageren door te pleiten voor wat zij militaire en strategische autonomie noemen.
Het alternatief voor Amerikaanse dominantie kan niet bestaan uit het bouwen van een nieuw Europees imperialistisch blok. Toch wint die optie steeds meer aan populariteit. Kijk opnieuw naar Duitsland: de nieuwste investeringsplannen gaan over het opbouwen van een autonoom Duits leger. In 2022, toen Duitsland 100 miljard euro extra aankondigde voor het leger, ging dat vooral naar de aankoop van Amerikaanse wapens. Nu is het plan om Duitse wapens te kopen.
Wij zeggen duidelijk: noch Amerikaanse agressie, noch Europese agressie is het antwoord. Wat we nodig hebben, is een volledig andere Europese positie, gebaseerd op samenwerking – ook met de BRICS-landen – en niet op neokolonialisme of neo-imperialisme. Ik geloof dat dit pas volledig gerealiseerd kan worden met socialisme in Europa, en ik denk dat dat debat in het komende decennium zal groeien. Europa is in verval, maar dat betekent ook dat we op een kruispunt staan.
Aan de ene kant heb je een openlijk Amerikaanse veiligheidsstrategie: ingrijpen in Europese politiek, steun aan extreemrechts, promotie van racistisch beleid en het verdelen van Europa via bilaterale deals. Aan de andere kant heb je delen van de Europese elite – bijvoorbeeld rond de Duitse wapenindustrie, bedrijven als Rheinmetall – die zeggen dat we een sterkere EU nodig hebben, maar dan in autoritaire vorm, met de afbraak van de beperkte democratische controle die nog bestaat.
Wij verwerpen beide opties. Wij willen een totaal ander Europa. En we zullen proberen die visie vooruit te brengen, niet alleen in België, maar in heel Europa, met de krachten die we hebben.
In dit kader: hoe kijkt u naar het falen van Europa om te reageren op Amerikaanse agressie in het Caribisch gebied en op de dreigementen tegen Venezuela en andere Latijns-Amerikaanse landen?
We moeten daar heel duidelijk over zijn: Europa, of beter gezegd de EU, is nooit een vredesproject geweest. Toen het na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, waren de oorspronkelijke landen koloniale machten: België, Frankrijk, Italië, enzovoort. De eerste officiële kaart van de Europese Economische Gemeenschap omvatte Algerije, Congo… Het grootste deel van de EEG bestond uit koloniën. In de hoofden van de oprichters was het vanaf het begin een imperialistisch project.
Dat gezegd zijnde bestonden er door het bestaan van de Sovjet-Unie tegenkrachten binnen Europa die voorstander waren van diplomatie en dialoog. Dat gold ook voor Rusland, dat tenslotte een Europees land is. Rusland gaat nergens heen, het kan niet naar een andere plek verplaatst worden. Die realiteit gaf ooit vorm aan een diplomatieke traditie.
Maar die traditie is nu verdwenen. Vandaag wordt er openlijk gesproken over een regimewissel in Venezuela en die wordt gesteund in EU-instellingen en nationale parlementen. Figuren als Kaja Kallas zeggen openlijk dat ze niet eens met Rusland willen praten. Tegelijkertijd praten ze wel met – en steunen ze volledig – het moorddadige en genocidale Israëlische regime. Ze praten er niet alleen mee, ze bewapenen het: met Duitse onderzeeërs, Duitse wapens en Amerikaanse wapens die via Europese havens worden verscheept.
Die dubbele standaard is onmogelijk nog te negeren, zeker sinds de genocide in Palestina. Mensen zien de tegenstelling scherp: 19 sanctiepakketten tegen Rusland, nul tegen Israël. Stilte over illegale bombardementen op Iran. Het gebruik van marinebases op Cyprus ter ondersteuning van Israëlische militaire operaties. Deze hypocrisie zet mensen aan het denken over de rol van Europa. Daarom hebben we zulke massale mobilisaties gezien: alleen al in België waren er 12 nationale betogingen voor Palestina.
Als de EU nooit een vredesproject was, wat betekenen haar huidige militaire en economische ambities dan voor de rest van de wereld, vooral voor het mondiale Zuiden?
Neem nu Afrika, bijvoorbeeld. Volgens cijfers van Eurostat uit 2020 haalde Frankrijk 67 miljard euro omzet uit Afrika, Duitsland 24 miljard en Italië 11 miljard. Dat is samen ongeveer 100 miljard euro per jaar die van Afrika naar slechts drie Europese landen stroomt. Daarom zijn ze doodsbang voor wat er in de Sahel gebeurt. Als de toegang tot uranium wordt verstoord, krijgt Frankrijk een grote energiecrisis door zijn afhankelijkheid van kernenergie. Dat is een van de redenen achter de militaire herstructurering van Europa: ze dient de eigen imperialistische belangen van het blok.
Europa is niet enkel een onderdanige vazal van de VS. Het heeft zijn eigen imperialistische ambities. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben allemaal strategieën om hun invloedssferen te verdedigen en uit te breiden. Sinds 2022 zegt Duitsland openlijk dat het opnieuw een wereldwijde militaire macht wil worden.
Dat is een nieuwe en gevaarlijke ontwikkeling. We weten waar dit pad naartoe leidt: meer conflicten, meer besparingen, meer racisme en meer aanvallen op de werkende klasse. Maar binnen deze chaos ligt ook een kans voor een echte marxistische kracht, of een echte linkse kracht van de werkende klasse, om invloed te winnen.
Ik ben het eens met Lenin, die zei dat mensen in rustige tijden lang kunnen slapen, maar in tijden van onrust heel snel kunnen leren. Ook leiders van de werkende klasse kunnen dan snel leren. Ik denk dat we zo’n periode naderen. De mensen aan de top weten niet meer waar ze heen gaan, en de mensen onderaan begrijpen steeds beter dat het zo niet verder kan. We zijn er nog niet helemaal, maar we komen dichterbij.
De PVDA is de afgelopen jaren een inspiratiebron geworden voor veel linkse krachten in Europa. Ter afsluiting: wat verwacht u van 2026 en de periode daarna?
Op Europees niveau is één ding heel duidelijk, denk ik: de link tussen strijd tegen besparingen en strijd tegen militarisering zal alleen maar sterker worden. Dat is nu al zichtbaar in Oost-Europa, en naarmate regeringen overal richting de 5%-militaire norm worden geduwd, zal dit onvermijdelijk leiden tot diepere besparingen elders.
Dit zal gepaard gaan met autoritaire maatregelen – tegen vrije meningsuiting, vrije vereniging en het recht om te protesteren. Dat zien we nu al. Militarisering en autoritarisme gaan altijd hand in hand. De vraag is dus niet of er klassenstrijd zal zijn in Europa, want die zál er zijn, in verschillende vormen en met verschillende intensiteit. De echte vraag is of we in staat zullen zijn om in heel Europa krachten op te bouwen die deze strijd kunnen leiden, het vertrouwen van werkende mensen kunnen winnen en die strijd duidelijk kunnen verbinden met verzet tegen militarisering en met de strijd voor socialisme. Dat is voor mij de centrale opdracht voor 2026.
Die discussie komt al op gang. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld ging de lancering van Your Party expliciet over verzet tegen oorlog, de NAVO en besparingen, en over socialisme. In Duitsland spreken linkse krachten opnieuw over ‘socialisme of barbarij’, met verwijzing naar Rosa Luxemburg. Ik denk dat de vraag in wat voor samenleving we willen leven tegen 2027 steeds belangrijker zal worden.
Dit alles moet ook verbonden worden met solidariteit met strijd in het Globale Zuiden. Je kunt geen echte versterking of bevrijding in Europa hebben zonder die te koppelen aan bevrijdingsstrijd elders in de wereld. We moeten het hebben over het verzet van het Venezolaanse volk tegen het Amerikaanse imperialisme, over het verzet van het Chileense volk tegen die nieuwe rechtse clown. Dus wanneer we naar stakingsposten gaan, zullen we niet alleen over België spreken. We zullen het hebben over BRICS, over internationale strijd, en we zullen zelfs politieke boeken meenemen naar de stakingsposten. Dat helpt enorm om de horizon van mensen te verruimen en lokale strijd te verbinden met mondiale dynamieken.
Er liggen ook grote gevaren op de loer, waaronder kleinburgerlijke krachten in Europa die vervallen in defaitisme en zeggen: ‘We kunnen niet winnen, alles is verloren.’ Die houding moet overwonnen worden door de meest positieve voorbeelden van strijd te verspreiden. Verandering wordt opgebouwd via vele kleinere overwinningen: fabrieken waar arbeiders er voor het eerst in slagen een vakbond op te bouwen; steden waar privatisering of besparingen worden teruggedrongen. Dat alles verschuift de krachtsverhoudingen.
Tot slot moeten we vertrouwen hebben in de mensen. Mensen willen geen oorlog. Ze willen geen uitbuiting. Ze willen geen klimaatcatastrofe, geen overstromingen, droogtes en verwoesting. Het gezond verstand – als we die term mogen gebruiken – ligt bij de werkende klasse. Het is onze taak dat te erkennen en te organiseren. Er zullen natuurlijk veel gevaren zijn: fascisten, geweld, repressie, vergelijkbaar met wat we in de VS zien. Europa heeft nu al zijn eigen versie van ICE – Frontex – dat mensen laat verdrinken in de Middellandse Zee.
Maar er zullen echte mogelijkheden zijn voor verandering van onderuit, via klassenstrijd. Mijn conclusie is dan ook deze: wees niet bang. Grijp deze kansen met beide handen.
