Artikels

Naar het einde van werk?

Aaron Benanav

—30 december 2021

45 jaar economische stagnatie en bezuinigingen op de verzorgingsstaat, en niet zozeer de automatisering van de werkplek, zijn de krachten die voor een ernstig wereldwijd werkgelegenheidsprobleem zorgen.

De miljardairs van Silicon Valley en andere techno-optimisten voorspellen al enkele jaren het einde van de arbeid. Het steeds verhogende tempo van de technologische innovatie en automatisering leidt tot een toekomst waarin massale werkloosheid een permanent kenmerk van onze samenlevingen zal worden. Machines die de plaats van mensen innemen in een potentieel steeds ongelijkere wereld.

Tegenover dit apocalyptische scenario plaatsen steeds meer linkse denkers het idee van een basisinkomen om iedereen te laten profiteren van wat een bevrijding van werk zou moeten zijn. Hoewel deze opmars van de technologische vooruitgang soms als onvermijdelijk wordt voorgesteld, zijn onderzoekers zoals Aaron Benanav steeds sceptischer. In zijn nieuwe boek Automation and the Future of Work (Verso, 2020), ontrafelt Benanav deze mythes en laat hij ons zien dat innovatie in feite trager gaat en dat werk, hoewel het verandert, niet verdwijnt. De voornaamste hinderpaal voor de emancipatie van de arbeid ligt niet in een technische oplossing, maar in de onttrekking aan het kapitalisme en haar eisen.

Kan je ons vertellen over je boek?

Aaron Benanav. Het boek gaat over de heropleving van de belangstelling voor automatisering op de werkvloer. Automatisering, machinaal leren en kunstmatige intelligentie komt steeds . Wat mij vooral interesseert is hoe deze hype rond de automatisering van de werkplek aanleiding heeft gegeven tot een bredere sociale theorie, die stelt dat de tendens tot automatisering de drijvende kracht is achter sociale conflicten in geavanceerde kapitalistische samenlevingen en over de hele wereld. Aanhangers van deze theorie zeggen: kijk om je heen, werkende mensen worden steeds meer vervangen door intelligente machines ; in de toekomst zal de meeste arbeid overbodig zijn. Er zijn reeds economen die kritisch staan tegenover dat kader, zoals Robert Gordon en David Autor. In mijn boek ga ik dieper in op hun werk. Maar economen die over deze kwesties spreken, hebben de neiging de ernst te bagatelliseren van de wereldwijde zwakke vraag naar arbeid. Die is nochtans zeer reëel en de automatiseringstheoretici trachten deze zowel te verklaren als op te lossen.

Ik moet hier terloops opmerken dat ik in mijn boek probeer de discussie af te wenden van het gebruik van het werkloosheidscijfer als maatstaf voor de geringe vraag naar arbeid. In plaats daarvan gebruik ik de meer algemene term ‘geringe vraag naar arbeid’, die misschien niet bepaald opwindend is, maar wel een cruciale correctie inhoudt. In de afgelopen 40 jaar hebben overheden veel van de bescherming van werk­nemers op de arbeidsmarkt afgeschaft (of, in het globale Zuiden, verzuimd dergelijke bescherming in te voeren), waardoor werknemers die nieuw op de arbeidsmarkt komen of hun baan zijn kwijtgeraakt, gedwongen worden zo snel mogelijk werk te vinden. Zelfs wanneer zij een baan vinden — en dus technisch gezien niet langer werkloos zijn — hebben de meeste werknemers wereldwijd nog steeds te kampen met een ernstig verlies aan autonomie, of aan onderhandelingsmacht op het werk, als gevolg van een geringe vraag naar arbeid in de gehele economie.

Het bewijs hiervoor is alles wat de automatiseringstheorie aanvoert: stagnerende lonen, een dalend aandeel van arbeid in het inkomen, toenemende ongelijkheid en een toename van het aantal ‘slechte banen’. Uiteindelijk ben ik van mening dat 45 jaar economische stagnatie en bezuinigingen op de verzorgingsstaat, en niet zozeer de automatisering van de werkplek, de krachten zijn die voor een ernstig wereldwijd werkgelegenheidsprobleem zorgen. Het is een probleem dat al lang voor de recente hoogtechnologische innovaties bestond. Mijn boek legt uit waarom het verhaal van de automatiseringstheoretici over de geringe vraag naar arbeid onjuist is, maar benadrukt tegelijkertijd de noodzaak om soortgelijke transformatieve oplossingen te bedenken voor het probleem van de te lage vraag naar arbeidskrachten in de wereld. Ik zeg zoiets als: hier is hoe we een wereld kunnen scheppen zoals de automatiseringstheoretici die willen, zonder dat we hiervoor automatisering nodig hebben — door het werk dat nog steeds gedaan moet worden te reorganiseren en te herverdelen.

Je hebt het over deïndustrialisatie, een begrip dat in je werk een grote rol speelt. Je schrijft dat de standaarddefinitie van deïndustrialisatie is “een daling van het aandeel van banen in de maakindustrie in de totale werkgelegenheid”. Wat is de visie van de automatiseringstheoretici op dit concept, en waar gaan zij in de fout?

Automatiseringstheoretici gebruiken deïndustrialisatie als bewijs voor hun stelling dat de automatisering steeds sneller gaat. In wezen geloven zij dat de automatisering verantwoordelijk is voor de toenemende productiviteitsgroei, en dat de productiviteitsgroei leidt tot het verdwijnen van banen in de industriële sector.

Sorry, dit artikel is alleen voor leden. Inschrijven of Login als u al een account hebt.