Handel, normen, geopolitiek: de rivaliteit tussen China en de VS speelt zich af op alle gebieden. Terwijl de woordentwist tussen de twee reuzen worden afgewisseld met ‘hartelijke’ ontmoetingen, lijkt er één constante te zijn: de Europese Unie wordt systematisch aan de kant gezet, ondanks haar afstemming op Washington. Is dat ook zo in de strategische energiesector ?

Aan de ene kant China, met zijn windmolenparken, zonnepanelenvelden en megasteden waarvan de nachtelijke verlichting de duisternis trotseert. Een land dat door sommige waarnemers nu al wordt omschreven als een ‘elektrostaat’. Aan de andere kant staan de Verenigde Staten, ’s werelds grootste producent van koolwaterstoffen. De huidige bewoner van het Witte Huis, Donald Trump, lanceerde er de slogan die zijn presidentscampagne kenmerkte: “Drill, baby, drill!” (“Boren, maatje, boren!”). Een grote kloof…

Hernieuwbaar of fossiel, elektriciteit versus olie: de confrontatie tussen Peking en Washington lijkt ook bepalend te zijn voor de strategieën van de twee supermachten op het gebied van energie. Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2025 noemde de VS-president de klimaatverandering “de grootste zwendel ooit bedacht”. Vervolgens waarschuwde hij het publiek: “Als jullie in de val trappen van de zwendel die groene energie heet, zullen jullie landen ten onder gaan.” Zijn Chinese ambtgenoot, Xi Jinping, antwoordde daarop dat “groene en koolstofarme transitie de diepgaande trend is van onze tijd [en] hoewel sommige landen zich hiertegen verzetten, de internationale gemeenschap op [die] koers zou moeten blijven.”
Hernieuwbare energiebronnen vertegenwoordigen al meer dan een derde van de Chinese elektriciteitsproductie (35 %) en dekten in 2024 al 83 % van de groeiende elektriciteitsvraag.
Afgezien van wat ze vertellen: hoe zit het nu echt met deze door de twee reuzen luidruchtig geënsceneerde splitsing? En welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor het oude continent, dat zich ter zake erg stil houdt?
De keuze van Peking voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen is officieel ingegeven door milieuoverwegingen, maar ze beantwoordt ook aan de noodzaak van soevereiniteit. China importeert het grootste deel van zijn fossiele brandstoffen (met uitzondering van steenkool). Dat maakt het land strategisch kwetsbaar: de zeeroutes waarlangs de olie wordt aangevoerd lopen door twee zeestraten (Hormuz en Malakka). In geval van conflict kunnen die worden afgesloten. De elektrificatie van de Chinese economie op basis van nationale productie is dan ook dé manier om zich van elke afhankelijkheid te bevrijden.
Pragmatisme in Peking en Washington
De Chinese vooruitgang is opvallend (zie kader achteraan artikel). Fossiele brandstoffen betekenen weliswaar nog steeds 80 % van het totale energieverbruik van het land (tegenover 84 % in de Verenigde Staten), maar hernieuwbare energiebronnen vertegenwoordigen al meer dan een derde van de elektriciteitsproductie (35 %). In 2024 waren duurzame bronnen er verantwoordelijk voor 83 % van de groei van de elektriciteitsvraag 1. Bijna de helft van de specialisten die in 2024 in het kader van een grootschalig onderzoek werden ondervraagd, is van mening dat het land zijn piek in de uitstoot van kooldioxide (CO₂) tegen eind 2025 bereikt zal hebben. Dat is vijf jaar vóór de officiële deadline van 2030 2.
Die groei van hernieuwbare energie is te danken aan een reeks technologische sprongen. Op het vlak van gerenommeerde wetenschappelijke artikelen zou China de Verenigde Staten hebben ingehaald in alle acht van de technologiesectoren die als cruciaal worden beschouwd voor de 21e eeuw 3. Het verschil is vooral groot op het gebied van energie en milieu, waar het land goed is voor 46 % van de publicaties, tegenover slechts 10 % voor zijn Amerikaanse concurrent. Dat is geen toeval. De Chinese uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn van minder dan 0,6 % van het bruto binnenlands product (bbp) in 1990 gestegen tot meer dan 2,2 % in 2023. Gezien de explosieve groei van het bbp van de Aziatische reus in die periode komt dat in absolute waarde neer op een vermenigvuldiging met tweehonderd. Die ontwikkeling is ook het gevolg van Pekings interventionisme: het Kiel Institute (Duitsland) schat dat het land 1,73 % van zijn bbp besteedt aan industrieel beleid. Dat is drie tot vier keer meer dan de Europese Unie of de Verenigde Staten 4. In tegenstelling tot de traditionele maatregelen die soms in het Westen worden ingezet om ‘nationale kampioenen’ te selecteren, combineren de Chinese maatregelen overheidssteun met hevige concurrentie. Op het hoogtepunt van de wedloop in de sector van de elektrische voertuigen, concurreerden meer dan honderd bedrijven op de Chinese markt, tegenover slechts een handvol in het Westen.
Europa betaalt drie keer zoveel voor elektriciteit als de Verenigde Staten en China. Het blijft afhankelijk van Amerikaanse koolwaterstoffen, ondanks goedkopere en hernieuwbare alternatieven.
Peking noemt het fenomeen “involutie”. Hoewel die strategie van ongebreidelde concurrentie ongetwijfeld voor ernstige problemen zorgt op het vlak van economische efficiëntie, stimuleert deze ‘involutie’ ook het concurrentievermogen. Voor wat de ‘groene energie’ betreft, heeft het model zeker gewerkt. Daardoor domineren Chinese bedrijven nu vrijwel alle sectoren. In de zonne-energiesector controleren ze meer dan 80 % van de productiefasen. Op het gebied van windenergie komen de vier grootste fabrikanten ter wereld (Goldwind, Envision, Mingyang en Windey) uit hun gelederen. En 80 % van de batterijen en 70 % van de elektrische voertuigen die wereldwijd worden verkocht, komen uit hun fabrieken.
Op het eerste gezicht lijkt de situatie in de Verenigde Staten diametraal tegenovergesteld. Trump noemt hernieuwbare energie “bedrog” of “nepnieuws”. Hij stelde grote bosgebieden open voor olieboringen en schafte honderden milieuregels af om de exploratie van fossiele brandstoffen te vergemakkelijken. Zijn afwijzing van een noodzakelijke energietransitie is allicht (ook) ingegeven door hetzelfde pragmatisme dat Peking ertoe bracht deze transitie wél te omarmen. De Verenigde Staten werden onlangs de grootste producent van koolwaterstoffen ter wereld, vóór Rusland en Saoedi-Arabië. Ze blinken uit in de winning en de export ervan. China keert zich af van koolwaterstoffen omdat het er geen heeft; de Verenigde Staten prijzen de voordelen ervan omdat ze er à volonté toegang toe hebben.
De werkelijkheid is echter genuanceerder dan de recente, provocerende uitspraken van Trump bij de Verenigde Naties. Wind- en zonne-energieprojecten vormen de snelst groeiende bron van elektriciteit in de Verenigde Staten. Nutsbedrijven en technologiebedrijven zetten er voornamelijk in op hernieuwbare energie om aan de snel groeiende vraag naar elektriciteit te voldoen. Texas illustreert die paradox. Deze staat, die zowat symbool staat voor de Amerikaanse olie-industrie én een bolwerk is van de Republikeinen, groeide uit tot de nationale koploper op het gebied van geïnstalleerde capaciteit aan windenergie. Bovendien maakt Texas een zeer snelle groei door op het gebied van zonne-energie. Waarom? Omdat hernieuwbare energiebronnen goedkopere elektriciteit produceren… zélfs in olierijke VS-staten.
Washington houdt de vraag in stand
Energieprijzen bepalen de structuur van de hele economie. Zij doen dat ook met betrekking tot kunstmatige intelligentie (AI). Tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse Congres benadrukte Sam Altman, directeur van OpenAI, dat “op termijn de kosten van AI zullen samenvallen met de kostprijs van energie. (…) Wat strategische langetermijninvesteringen voor de Verenigde Staten betreft, zie ik dus niets belangrijkers dan energie.” 5 Landen die onvoldoende en goedkope elektriciteit kunnen produceren, zullen moeite hebben om de concurrentie aan te gaan in geavanceerde sectoren. Volgens de investerings- en zakenbank Lazard 6 en het Internationaal Energieagentschap (IEA) 7 zijn hernieuwbare energiebronnen vandaag het goedkoopst. Dat geldt met name voor windenergie op land (30 tot 37 dollar per megawattuur in de Verenigde Staten) en fotovoltaïsche zonne-energie (32 tot 38 dollar), gevolgd door aardgas in gecombineerde cyclus (48 tot 59 dollar). Tussen 2010 en 2023 zijn de kosten van zonne-energie met 90 % gedaald en die van windenergie met 69 %. De kosten van gas zijn stabiel gebleven. Alles wijst erop dat deze trend zich zal voortzetten.
In China heeft de invoering van groene technologieën een belangrijke rol gespeeld bij het handhaven van de industriële elektriciteitsprijzen rond 8 eurocent per kilowattuur (ongewijzigd in de afgelopen vijf jaar). Peking kon dat realiseren ondanks een ongekende explosie van de vraag (tussen 2015 en 2024 steeg het elektriciteitsverbruik van het land van 5.600 terawattuur naar bijna 10.000). Dezelfde situatie doet zich voor in de Verenigde Staten, waar investeringen in hernieuwbare energie vergelijkbare prijzen garanderen.
“Op termijn zullen de kosten van AI bepaald worden door de kosten van de energie. Wat strategische investeringen betreft, zie ik dus niets belangrijker dan energie.” (Sam Altman, OpenAI)
Het lijkt er dus op dat Washington niet zozeer overtuigd is van de intrinsieke superioriteit van fossiele brandstoffen, maar zich gewoonweg inspant om de vraag op peil te houden. Het zou er vooral om gaan de energiekeuzes van zijn partners, met name de Europese, te beïnvloeden om de VS-reserves tegen een goede prijs te blijven verkopen. Washington boekt op dat vlak ook successen: Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, ondertekende deze zomer nog een door Trump afgedwongen contract voor de aankoop van 750 miljard dollar aan koolwaterstoffen over een periode van drie jaar. Het zonder morren accepteren van dergelijke VS-eisen is misschien niet de beste strategie voor een Europa waar de elektriciteitsprijzen drie keer zo hoog liggen als in die van de twee supermachten. Andere delen van de wereld maakten een andere keuze. In de zogenaamde ‘zuidelijke landen’ wordt 87 % van hun investeringen in elektriciteitsproductie besteed aan hernieuwbare energie en (dus) aan de aankoop van Chinese technologieën 8. Het gaat daarbij telkens om ‘eenmalige’ uitgaven die een jarenlange onafhankelijkheid garanderen, terwijl fossiele brandstoffen zowat eeuwigdurende verplichtingen met zich meebrengen.
Brussel betaalt de prijs van het atlantisme
Is het niet tijd dat Europa hetzelfde doet? Die optie zal ongetwijfeld op minachting stuiten in Brussel; toch is ze gebaseerd op een onweerlegbare logica. Peking zit gevangen in de logica van de ‘involutie’. Daardoor verkopen Chinese bedrijven vandaag duurzame middelen voor energieproductie tegen spotprijzen aan de rest van de wereld. Hun marges zijn vaak bijna nul. Daar kunnen we net zo goed van profiteren.
Dat is trouwens wat de zeer degelijke Conseil franco-allemand des experts économiques (Frans-Duitse Raad van Economische Deskundigen) voorstelt. Volgens een rapport dat de Raad deze zomer publiceerde, “is het beste politieke antwoord de Europese kopers laten profiteren van de Chinese bodemprijzen” 9, meer specifiek in niet-strategische sectoren waar Europa niet concurrerend is (zonnepanelen, oplaadpunten voor elektrische auto’s, enz.). Het rapport benadrukt impliciet dat het echte succes van de Aziatische reus niet de explosieve groei is van zijn export op het gebied van hernieuwbare energie (gezien de magere marges van zijn bedrijven), maar het beschikbaar stellen van goedkope energie aan zijn industriële sector. De echte begunstigden van de Chinese transformatie zijn dus niet de bedrijven in de ‘groene technologie’, maar de bedrijven die profiteren van hun elektronen.
In een dergelijke context zou de massale aankoop van Chinese technologieën Europa in staat kunnen stellen om zijn ecologische transitie te versnellen, zijn energiekosten te verlagen en zijn industriële concurrentievermogen (enigszins) te herstellen. Dit alles terwijl het zijn afhankelijkheid van het buitenland vermindert. Zonnepanelen en windturbines hebben niet alleen een levensduur van tientallen jaren; de energie die ze leveren komt ook niet uit Peking, maar alleen uit de zon of de wind. Mochten er – na aankoop – ooit weerbarstige partners opduiken, wordt het voor China onmogelijk de een of andere kraan dicht te draaien.
Europa is niet langer in staat de race om hernieuwbare energie en ecotechnologieën te winnen. Het kan echter wel proberen te voorkomen dat het de daaruit voortvloeiende industriële oorlog verliest. De weg die Europa zou moeten volgen is tijdelijk inzetten op goedkope Chinese producten en tegelijkertijd investeren in opkomende technologieën en continentale infrastructuur om de achterstand in te halen. Voorlopig geeft Brussel echter de voorkeur aan energetisch atlantisme: om Trump tevreden te stellen, betaalt het liever drie keer te veel voor zijn elektriciteit.
China in cijfers: energie en infrastructuur
Windenergie
China beschikte in 2024 over 338,9 gigawatt aan geïnstalleerde windenergiecapaciteit. Dat is ongeveer twee derde van de wereldwijde capaciteit.
Kernenergie
Er zijn momenteel dertig kerncentrales in aanbouw. Ter vergelijking: in de Europese Unie zijn dat er twee en in de Verenigde Staten geen enkele (al voorziet een recent decreet daar in tien centrales tegen 2030).
Waterkracht
In Tibet bouwt China aan de grootste waterkrachtcentrale ter wereld. De centrale zal 60 gigawatt produceren — goed voor anderhalf keer het totale energieverbruik van de Parijse agglomeratie.
Elektriciteitstransmissie
Het land beschikt over 41 ultrahoogspanningslijnen (800 tot 1.100 kilovolt, gelijkstroom). De langste loopt over meer dan 3.200 kilometer, van de woestijn in Xinjiang naar de oostelijke kustprovincies.
Ter vergelijking: de langste Europese elektriciteitsverbinding, NordLink, verbindt Noorwegen en Duitsland over 623 kilometer bij 525 kilovolt. De Verenigde Staten hebben enkele lijnen van 765 kilovolt, samen goed voor ongeveer 3.200 kilometer.
Vertaling: Jan Reyniers
Footnotes
- « Renewable energy accounts for 56 pct of China’s total installed capacity », Xinhua, 28 januari 2025.
- « Renewable energy accounts for 56 pct of China’s total installed capacity », Xinhua, 28 januari 2025.
- Justin Riggi, « How China is outperforming the United States in critical technologies », Information Technology & Innovation Foundation, Washington, DC, 23 september 2025.
- Frank Bickenbach, Dirk Dohse, Rolf J. Langhammer et Wan-Hsin Liu, « Foul play ? On the scale and scope of industrial subsidies in China », Kiel Policy Brief, no 173, Kiel Institute for the World Economy, april 2024.
- Zie bijvoorbeeld de video op X @vitrupo, van 9 mei 2025.
- « Lazard releases 2025 levelized cost of energy + report », persmededeling, Parijs, 16 juni 2025.
- « Levelized costs of new generation resources in the annual energy outlook 2025 », US Energy Information Administration, Washington, DC, april 2025.
- Vikram Singh, « Powering up the Global South », Rocky Mountain Institute, Basalt, oktober 2024.
- Xavier Jaravel, Jean Pisani-Ferry, Monika Schnitzer et Jakob von Weizsäcker, « Déclaration du Conseil franco-allemand des experts économiques » (PDF), Wiesbaden, 29 augustus 2025.
