Artikels

“De vakbonden hebben ingezet op duur en kracht”

Jean Faniel

+

Kurt Vandaele + Gen Ueda + Sacha Moens

—24 september 2026

De mobilisaties tegen de Arizonaregering passen in de lange Belgische traditie van sociale strijd. Met één oog op het verleden en het andere op vandaag analyseren Jean Faniel en Kurt Vandaele de drijfveren achter de sociale woed tegen de Arizona-regering.

Sinds haar aantreden heeft de Arizona-coalitie een reeks hardhandige hervormingen doorgevoerd die een frontale aanval vormen op de sociale verworvenheden. Onder het mom van begrotingsdiscipline heeft de federale regering – de eerste onder leiding van een Vlaamse nationalist, Bart De Wever – gekozen voor structurele bezuinigingen die alles op hun weg wegvagen. Verslechtering van de arbeidsomstandigheden, uitholling van sociale rechten, afbrokkeling van de herverdelende rol van de overheid. In verschillende sectoren zijn de gevolgen nu al voelbaar.

Jean Faniel is directeur van het CRISP, het Centrum voor sociaal-politiek onderzoek en informatie, dat bestudeert hoe politieke beslissingen tot stand komen, maar ook wie en wat ze beïnvloeden. Hij is ook medeoprichter van Gracos, de Groep voor analyse van sociale conflicten, waarmee hij collectieve expertise ontwikkelt op het gebied van stakingen, sociale conflicten en sociaal overleg.
foto © CRISP/F. Pauwels-Collectif HUMAphoto © CRISP/F. Pauwels-Collectif HUMA

Deze politieke beslissingen worden als ‘onvermijdelijk’ gepresenteerd, maar ze sluiten aan bij een diepgewortelde liberale traditie die de sociale zekerheid en de openbare diensten wil ondermijnen ten gunste van het kapitaal. Vandaag ent zich daar nog eens een toenemende militarisering op. Het is dan ook geen verrassing dat de reactie van de bevolking heftig was: stakingen, demonstraties, bezettingen, protesttoespraken,… Het verzet organiseerde zich rond vakbonden, partijen en lokale verenigingen, maar ook rond burgerinitiatieven en autonome acties. Dat alles leidde tot een toenemend conflict tussen een koppige regering en de sociale actoren die opkwamen voor een solidaire, democratische en inclusieve visie op het overheidsbeleid.

We spraken met Jean Faniel en Kurt Vandaele, voor wie de studie van sociale bewegingen een centrale plaats inneemt in hun werk. Op het Brusselse hoofdkantoor van het European Trade Union Institute (ETUI, het Europees Vakbondsinstituut) presenteerden de twee onderzoekers om beurten hun cijfers en argumenten. Ze vergeleken de huidige beweging met eerdere bewegingen en hadden daarbij ook oog voor de toekomstperspectieven.

Sacha Moens en Gen Ueda Kunnen jullie, op basis van de vergelijkingspunten waarover jullie beschikken, de recente Arizonaprotesten duiden ten opzichte van de sociale mobilisaties van de afgelopen decennia?

Jean Faniel Ik denk dat een van de belangrijkste verschillen met de stakingen van 1993 tegen de regering Dehaene of 2014 tegen de regering Michel de langdurigheid ervan is. We hebben dit soort mobilisaties in het verleden al meegemaakt, maar die hielden niet zo lang stand. In 2014, ten tijde van de regering-Michel, was er een grote demonstratie van 120.000 mensen. Er waren drie dagen van beurtstakingen en een algemene staking in oktober-november. De mobilisatie kwam in december tot stilstand met een ‘mini-akkoord’, gevolgd door een ontwerp van loonakkoord dat in januari 2015 door het ABVV werd afgewezen omdat het de indexsprong bekrachtigde. Onder de Vivaldi-coalitie1was er ook een periode van twee jaar van protest, tussen 2021 en 2023. Toen ging het om een herziening van de wet van 1996 [over de loonnorm die loonsverhogingen beperkt, red.]. De inflatie in 2022 wakkerde de protesten nog aan, maar de mobilisatie was minder intens.

Na het behalen van zijn doctoraat met een proefschrift over de ontwikkeling van de vakbondsgraad in België trad Kurt Vandaele in dienst bij het ETUI, het Europees Vakbondsinstituut, waar hij als onderzoeker werkzaam is. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken rond vakbondsvernieuwing, de platformeconomie, stakingen en sociale conflicten. Hij neemt ook deel aan de werkzaamheden van Gracos en dat sinds het begin in 2011.

Voor de acties tegen de Arizona-regering hebben de vakbonden, vanaf het begin, ingezet op duur en kracht. Het is een beweging die al begon nog voor de regering was gevormd. Sinds de eerste grote actie, op 13 december 2024 – met meer dan 10.000 mensen – is de intensiteit groot. Een opvallend element is de reeks acties op 24, 25 en 26 november 2025. Er was toen een staking bij het openbaar vervoer op de eerste dag, in de publieke sector op de tweede dag, en op de derde dag zowel in de particuliere sector als in de openbare. Voor zover analisten en vakbondsleden zich kunnen herinneren hadden zij dit soort actie nooit eerder gezien.

Het is voor het eerst sinds 1919 dat een liberaal de post van minister van Werkgelegenheid bekleedt. David Clarinval laat het sociaal overleg verkommeren of zet het volledig buitenspel.

Kurt Vandaele Wat de kwantitatieve cijfers betreft, zijn de gegevens voor het volledige jaar 2025 inmiddels beschikbaar. En ze zijn inderdaad uitzonderlijk hoog: 1.354.845 stakingsdagen.2In absolute cijfers is dat een record sinds het begin van de nieuwe tijdreeks in 1991. Ook in relatieve cijfers – 313 stakingsdagen per 1.000 werknemers – spreken we van een record. Ter vergelijking: de stakingen tegen het Globaal Plan van Jean-Luc Dehaene in 1993 leverden 299 stakingsdagen per 1.000 werknemers op, goed voor 916.874 stakingsdagen in absolute aantallen. Het jaar 2025 doet daar dus nog een schep bovenop.

Die vergelijking verdient echter een belangrijke nuance. Het cijfer voor 2025 omvat de gehele publieke sector, terwijl dat bij de stakingen tegen Dehaene I niet het geval was. Het zwaartepunt van de huidige beweging onder De Wever ligt precies bij de ruime overheidssector, met inbegrip van het onderwijs. De cijfers zijn dus niet volledig vergelijkbaar. Toch geven ze een helder beeld van de omvang van de beweging en hoe het sociaal protest wordt volgehouden: een nationale staking, een algemene staking en een massale deelname aan de demonstraties.

Het valt op dat in 1993 de industriële sectoren nog een zeer groot aandeel hadden. Tegenwoordig moeten er veel meer stakers worden gemobiliseerd. Omdat de industriële sectoren – zoals bijvoorbeeld de metaalindustrie – simpelweg minder werknemers tellen, is er vandaag een multisectorale mobilisatie nodig. De bereidheid om te staken blijft groot in deze industriële sectoren, zeker als je het vergelijkt met andere particuliere sectoren. Hun aandeel in de totale tewerkstellingscijfers is aanzienlijk afgenomen, en daarmee ook hun invloed op het totale aantal stakingsdagen. Zo zien we dat de publieke sector in de loop der jaren steeds belangrijker is geworden – vooral de onderwijssector heeft in 2025 sterk bijgedragen aan het historische record.

Welke politieke en ideologische omstandigheden hebben geleid tot een mobilisatie van deze omvang?

Kurt Vandaele Ik zie verschillende omstandigheden die een toename van het aantal stakingen in de hand werken. Vooreerst is er het neoliberalisme, de heersende ideologie binnen de regering. Daarnaast zijn er het mandaat van de premier en zijn greep op de politieke agenda, en – niet te vergeten – de sterke druk vanuit Europa die tot bezuinigingsmaatregelen dwingt van zodra het begrotingstekort hoger oploopt dan 3%.3De regering grijpt vandaag ook nog eens in op domeinen die iedereen raken: de index en de pensioenen. Dat verklaart de bijzonder heftige reactie. De huidige situatie vertoont overigens meer overeenkomsten met de regering-Michel van 2014: daar werd het primaat van de politiek tot principe verheven. Die regering deelde slechts een minimale, zo niet een onbestaande rol toe aan de sociale partners.

Gen Ueda is auteur en voormalig hoofdredacteur van het medium VICE. Hij werkt mee aan de redactie van Lava Tijdschrift. Hij is gediplomeerd in de kunsten.

Onder de regering-Michel was Kris Peeters (cd&v) verantwoordelijk voor werkgelegenheid. Ik geloof dat Bart De Wever ooit zei dat Kris Peeters op de bagagedrager van de fiets zat en met zijn voet tegen de band schuurde om de regering af te remmen. Vandaag rijdt De Wever op een tandem met Conner Rousseau, de voorzitter van Vooruit. Die laatste lijkt niet te weten waar de remmen zitten.

Jean Faniel Een belangrijk verschil met 2014 is de samenstelling van de regering. Onder Michel had de federale regering weinig steun aan Franstalige kant – er was alleen de MR. Vandaag beschikken de MR en Les Engagés samen over een Franstalige meerderheid en zijn ze (ook) aan de macht in Wallonië en in de Franse Gemeenschap. De sociale beweging krijgt te maken met coalities die vrijwel overal dezelfde zijn, zowel in het Waalse Gewest, als in de Franse Gemeenschap, de federale en de Vlaamse regering.

Een ander aspect dat de woorden van Kurt illustreert: het is voor het eerst sinds 1919 dat er met David Clarinval een liberaal minister van Werkgelegenheid is. Voorheen waren het altijd socialisten of christendemocraten. Clarinval heeft niet geprobeerd het sociaal overleg te promoten. Integendeel, hij laat het verkommeren of zet het volledig buitenspel.

Kurt Vandaele Onder de regering-Michel moest de premier zich vooral inzetten om de samenhang te behouden van zijn meerderheid. Nu De Wever die functie bekleedt, beschikt Georges-Louis Bouchez, de voorzitter van de MR, over meer manoeuvreerruimte omdat hij op sterke steun kan rekenen van uiterst rechts. Historisch gezien is de regering-De Wever in zekere zin voorbestemd om grootschalige stakingsacties uit te lokken, juist omdat ze de pensioenen en de index aanpakt en de organisatie van het werk zelf ter discussie stelt door de arbeidsmarkt flexibeler te maken. Ze voert dit beleid met de duidelijke intentie om een einde te maken aan de collectieve arbeidsverhoudingen ten gunste van een puur individuele logica. Op die manier probeert ze de vakbonden buitenspel te zetten.

Hoe slagen de vakbondsstructuren en het middenveld er in deze context in om gemeenschappelijke aanknopingspunten te vinden om de mobilisatie kracht bij te zetten?

Jean Faniel De mobilisatie is niet uitsluitend vakbondsgebonden. Ze steunt ook in vrij grote mate op een deel van het maatschappelijk middenveld. Dat is het resultaat van jarenlange samenwerking, met name tegen het wetsontwerp van minister Van Quickenborne, dat probeerde de sociale bewegingen te criminaliseren. Vakbonden en verenigingen (de Liga voor de Mensenrechten, Greenpeace, enz.) hebben zich daar toen samen tegen verzet. Die banden bleven bestaan en voeden vandaag de mobilisatie. Bovendien worden, zoals Kurt al zei, alle loontrekkenden getroffen: pensioenen, werkloosheid, indexering… De redenen om te protesteren stapelen zich dan ook op.

Sacha Moens (26) is redactiesecretaris bij Lava Media. Hij studeerde sociologie aan de ULB.

Het lijkt een beetje op 1960, toen de christendemocratisch-liberale regering van Gaston Eyskens tegelijkertijd een heel pakket bezuinigingsmaatregelen op verschillende terreinen wilde doorvoeren, de zogenaamde ‘Eenheidswet’. De regering ging ervan uit dat ze het protest wel onder controle kon houden. Iedereen zou uiteindelijk wel inzien dat de voorgestelde maatregelen iedereen ten goede kwamen. Maar dat was duidelijk buiten de waard gerekend: de redenen voor protest stapelden zich snel op en de staking wakkerde aan. Iedereen herinnert zich nog de intensiteit ervan.4

Maar bovenal worden vandaag de vakbonden en verenigingen zelf rechtstreeks in het vizier genomen. Het overleg wordt terzijde geschoven, er wordt bezuinigd op de subsidies en de vakbonden worden getroffen door de beperking in tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Daardoor worden minder dossiers door de RVA vergoed en zijn er dus minder administratieve kosten [en minder inkomsten voor de vakbonden, red.]. Het verenigingsleven komt dus in actie om zijn waarden te verdedigen en ook de mensen die ze vertegenwoordigen. Ze komen ook in actie omdat de regering de structuren zelf bedreigd, en daarmee ook de werknemers.

Kurt Vandaele Een andere vergelijking op het vlak van mobilisatie zou de lancering van Hart boven Hard kunnen zijn in 2014. De organisatie bood een breder perspectief en sleepte op Vlaams niveau de culturele sector mee in de strijd tegen de bezuinigingen. Hart boven Hard is vandaag nog steeds actief.

Bart De Wever voert een beleid met de duidelijke bedoeling om een einde te maken aan de collectieve arbeidsverhoudingen. Hij volgt een puur individuele logica die de vakbonden buitenspel zet.

Jean Faniel Een zeer belangrijk aspect is dat het gezamenlijke front van ABVV en ACV vanaf het begin hecht is gebleven. Marie-Hélène Ska van het ACV en Selena Carbonero Fernandez van het ABVV lijken het uitstekend met elkaar te vinden. Ze vullen elkaar goed aan.5De liberale vakbond, ACLVB6, weigerde aanvankelijk mee te doen en gaf de voorkeur aan sociaal overleg, maar in de zomer van 2025 sloot de bond zich toch aan bij de beweging omdat de regering klaarblijkelijk geen echt overleg wilde.

Hoe vertaalt de samenwerking tussen deze twee grote vakbonden zich in het noorden van het land?

Kurt Vandaele In 2014 nam het Nederlandstalige ABVV het voortouw, terwijl het ACV zich eerder terughoudend opstelde. Vandaag zien we dat die laatste misschien niet altijd even enthousiast is, maar uiteindelijk toch in de voetsporen treedt van het ABVV. Tussen beide blijft een sterke band bestaan. De pensioenen en de index raken iedereen: ze zijn gebaseerd op solidariteit op nationaal niveau. Daarnaast zien we een echte convergentie tussen het Vlaamse en het federale niveau omdat beide niveaus min of meer hetzelfde rechtse beleid voeren. Dat zet de vakbonden ertoe aan deze maatregelen af te wijzen in een gemeenschappelijk front.

Dat gezegd zijnde, welke rol speelt de Noord-Zuid-dynamiek in de duur van de beweging? En in de eenheid tussen de sectoren?

Jean Faniel In vergelijking met 2014 zijn er opmerkelijke verschillen. In 2014 zaten de [Franstalige] CDH en de PS in de federale oppositie, terwijl ze wél aan de macht waren in het Waals Gewest en in de Franse Gemeenschap. Het ACV rekende toen nog op de regeringspartij cd&v om het Arco-dossier te redden.7Dat temperde de strijdlust van de christelijke vakbond. In 2024 waren er meteen spanningen te verwachten aan socialistische zijde omdat Vooruit deelnam aan [rechtse] regeringen op Vlaams en federaal vlak. Begin 2025 spoorde de nieuwe secretaris-generaal van het ABVV, Bert Engelaar, Vooruit fel aan om in geen geval concessies te doen op het vlak van de indexering.8Dat standpunt werd binnen de Nederlandstalige vleugel van de socialistische vakbond echter niet gedeeld. Frank Moreels, de voorzitter van de transportvakbond BTB, Alain Detemmerman van de vakcentrale Horval en Chris Reniers van de ACOD, namen een tegengesteld standpunt in en stelden dat Vooruit hoe dan ook in de regering moest blijven. Dit wakkerde de spanningen aan tussen de Nederlandstalige vleugel van het ABVV en de Franstalige vleugel die strijdbaarder was omdat de PS overal in de oppositie zit.

Ook de opgelegde besparingen in de begroting verschillen: ze zijn pijnlijker in Wallonië en in de Franse Gemeenschap dan in Vlaanderen dat profiteert van de speciale financieringswet van 2014. De huidige Vlaamse regering – N-VA/Vooruit/cd&v – is paradoxaal genoeg de enige die ‘linkser’ is geworden dan de vorige. Daardoor kan ze enkele investeringen doen, terwijl in het Zuiden op werkelijk alle niveaus bezuinigd wordt. Dit verklaart een aantal demonstraties die specifiek gericht zijn tegen de Waalse, Brusselse en Franse Gemeenschapsregeringen, iets wat in Vlaanderen vrijwel niet voorkomt.

Op sectoraal vlak waren er spanningen voelbaar. De ACOD was boos omdat het ABVV het voorstel van de Groep van Tien9steunde inzake de berekeningsmethode van de index. De openbare sector werd er immers van uitgesloten, ook al werd uiteindelijk iedereen getroffen door het regeringsbesluit tot twee gedeeltelijke indexsprongen. Ook een andere sector roept vragen op: die van de wapenindustrie. Deze sector – van oudsher zeer strijdlustig, zie FN- Luik – heeft vandaag volle orderboeken en aarzelt om zich tegen de regering te verzetten. Dat zorgt uiteraard voor interne spanningen binnen de vakbeweging, temeer omdat de sector de vakbonden tot een soort evenwichtsoefening dwingt: ze leunen immers eerder aan bij de pacifistische stroming.

We willen nog even terugkomen op de cijfers. Hoe verhouden die zich tot het buitenland?

Kurt Vandaele Sinds 1991 baseren we ons op de cijfers die betrekking hebben op de betaling van de socialezekerheidsbijdragen door de werkgevers. Voor bepaalde afwezigheden, zoals stakingsdagen, betalen werkgevers geen bijdragen aan de RSZ. Hierdoor kunnen we de omvang van de stakingen vrij goed vaststellen en hebben we sinds 2017 ook een precieser inzicht in het aantal stakers.

Op internationaal niveau behoort België stelselmatig tot de Europese top drie. Een van de redenen hiervoor is dat demonstraties hier ook als stakingsdagen worden geteld omdat de werknemers niet op hun werkplek zijn. In Duitsland bijvoorbeeld vinden demonstraties vaak in het weekend plaats. De vormen van collectieve actie variëren overigens aanzienlijk van land tot land. In landen als Italië of Griekenland bestaan er geen officiële statistieken over algemene stakingen. Onze situatie is vandaag vergelijkbaar met die van Frankrijk of, meer recentelijk, Finland, waar de vakbonden in actie zijn gekomen tegen een rechtse regering.

Zowel in Zuid-Europa als in België maakt de algemene staking onbetwistbaar deel uit van het vakbondsarsenaal. Ze wordt gezien als een katalysator om politieke veranderingen teweeg te brengen. Denk maar aan de strijd voor het algemeen kiesrecht.

Jean Faniel Overigens baseerde Rosa Luxemburg zich, toen ze aan het einde van de 19eeeuw over de algemene staking nadacht, op het Belgische voorbeeld en de strijd voor algemeen kiesrecht. De algemene staking is een Belgisch handelsmerk.

We hebben insluitingen gezien, hardhandige optredens en onevenredig gebruik van traangas. Is de politie-repressie tijdens stakingen en demonstraties toegenomen?

Jean Faniel. De brutaliteit van de politie-repressie is vandaag toch wel groter dan wat we in 2014 hebben meegemaakt. Er was toen al kritiek op het ordehandhavingsbeleid, met name door de Brusselse politie. Of het nu gaat om de lerarenbeweging, om de jongeren, of om de grote vakbondsbetogingen en die van andere maatschappelijke organisaties: wij hebben de indruk dat er echt sprake is van een verscherping van de ordehandhaving. Het lijkt er sterk op dat demonstraties meer onderdrukt worden en bovendien lijkt die onderdrukking opzettelijk of minstens on- of slecht gecontroleerd.

Vanuit dat oogpunt bevindt de PS zich soms in een ietwat delicate situatie. Zo voert PS’er Martin Casier het verzet aan tegen de regeringsmaatregelen in het Parlement van de Franse Gemeenschap terwijl tegelijkertijd iemand van dezelfde PS-afdeling verantwoordelijk is voor de handhaving van de openbare orde tegen de demonstranten: zijn collega-PS’er Philippe Close, de burgemeester van Brussel.

Welke factoren dragen bij aan deze verharding?

Jean Faniel Het gaat hier om een lang bestaande trend die steeds sterker wordt. Het wetsvoorstel van minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) verscherpt de mogelijkheden tot repressie in het algemeen. We denken hierbij aan het wetsvoorstel dat de regering de macht geeft om organisaties die als radicaal worden beschouwd te kunnen ontbinden zonder gerechtelijke procedure. De recente politiehervorming heeft bovendien de democratische controle binnen de lokale politiezones verminderd, aangezien de politieraad is afgeschaft. We willen eraan herinneren dat deze verscherping historisch gezien ook optrad op momenten dat de sociaaldemocraten aan de macht waren. Ik denk daarbij aan de wetten inzake de openbare orde van 1961. Die wetten werden aangenomen na de grote staking van de winter van 1960.

Het gaat niet alleen om de politie: binnen de Groep voor de Analyse van Sociale Conflicten (GRACOS) is uitgebreid aandacht besteed aan die verscherping van de houding van justitie. De veroordelingen van Bruno Verlaeckt in Antwerpen10of van Thierry Bodson en andere vakbondsleden in Luik11getuigden van een veel strengere rechtspraak. De zaak-Delhaize bracht aan het licht dat eenzijdige verzoeken van werkgevers de rechterlijke macht kunnen opvorderen om – binnen enkele uren – stakingspiketten te laten opruimen door gerechtsdeurwaarders en politie. Dat zet de collectieve arbeidsverhoudingen helemaal op zijn kop.

Kurt Vandaele Politici verheffen het primaat van de politiek tot dogma, een tendens die in de jaren 2000 onder Verhofstadt met het Generatiepact12in gang werd gezet. Aan het maatschappelijk middenveld wordt geen enkele rol meer toegekend. Er is overigens een bepaalde dynamiek ontstaan: hoe strenger de wetgeving wordt, hoe meer de weg wordt vrijgemaakt voor ‘afwijkende’ praktijken in het arsenaal van collectieve acties. Als reactie hierop zien we dat de vakbonden zich niet langer tevredenstellen met de straat op te gaan, maar dat ze ook een beroep doen op het Grondwettelijk Hof om bepaalde wetten tegen te houden.

Jean Faniel Ja, deze juridisering is een sterke trend, helaas met verschillende doorlooptijden: een beroep bij het Grondwettelijk Hof duurt maanden, terwijl een eenzijdig verzoek van de werkgever al binnen enkele uren wordt afgehandeld.

Welke perspectieven biedt de huidige situatie? We hebben een verbreding van de thema’s gezien – zoals het klimaat of de genocide in Palestina – en ook een belangrijke rol voor de jeugd. Zijn de vakbonden in staat om bruggen te slaan? Er wordt met name gezegd dat jongeren zich minder aangetrokken voelen tot het vakbondswerk dan vroeger.

Kurt Vandaele Grote stakingsbewegingen trekken onvermijdelijk een nieuwe generatie aan: jongeren en mensen die nog nooit hebben gestaakt. De sociopolitieke literatuur toont aan dat de grote lijnen van een politiek beleid doorgaans in de eerste twee jaar van een legislatuur worden uitgezet. Daarna volgt meestal een consolidatiefase die de manoeuvreerruimte van de vakbonden beperkt. Ik verwacht weliswaar nog acties rond de concrete uitvoering van de aangenomen wetten, met name rond de begroting en de sectoroverschrijdende onderhandelingen begin volgend jaar, maar of de mobilisatie als geheel standhoudt, blijft een open vraag.

Toen ze aan het einde van de 19eeeuw nadacht over de algemene staking baseerde Rosa Luxemburg zich op het Belgische voorbeeld in de strijd voor het algemeen kiesrecht. De algemene staking is een Belgisch handelsmerk.

Wat jongeren betreft, is het een misvatting te denken dat zij vijandig staan tegenover de vakbonden: hun beeld van de vakbonden is over het algemeen positief. De uitdaging voor de vakbonden is om jongeren ook als lid te rekruteren. Dat blijkt een harde dobber, omdat jongeren aan het begin van hun loopbaan vaak in flexibele dienstverbanden of in flexi-jobs terechtkomen. En laat dat nu net de niche zijn waar het huidige regeringsbeleid zich op richt. De politiek heeft overigens de neiging verdeeldheid te zaaien onder de werknemers door de nieuwe maatregelen uitsluitend toe te passen op nieuwe werknemers, zoals dat het geval is bij de flexi-jobs. Er is dus een sterke roep om vakbondsolidariteit voor het behoud van wat in de loop van de geschiedenis is opgebouwd. We weten ook dat regeringen die met stakingen worden geconfronteerd, bij de volgende verkiezingen stemmen verliezen.

Jean Faniel De uitdaging voor de sociale beweging is om te bepalen hoe ze het protest krachtig kan houden zonder zichzelf uit te putten. De legislatuur duurt immers nog drie jaar. Op het gebied van voorlichting en bewustmaking leveren de vakbonden veel werk. Ze doen dat ook met het oog op de verkiezingen die normaal gesproken in 2029 moeten plaatsvinden. Ze hopen de publieke opinie te beïnvloeden in een pro-vakbondrichting.

Al de recente ervaringen zullen een stempel drukken op een hele generatie opkomende jongeren. Het valt nog te bezien hoe dit zich zal vertalen. Evolueren ze naar georganiseerd activisme in vakbonden of partijen; naar een autonoom activisme dat van de ene zaak naar de andere ‘springt’; of kiezen ze ervoor zich helemaal in zichzelf terug te trekken en fatalistisch te zeggen: ‘We hebben gestreden, we hebben verloren. We moeten het nu zelf maar zien te redden om onze studies en ons pensioen te betalen.’ De uitkomst zal afhangen van de wisselwerking tussen persoonlijke houdingen en de begeleiding door de naaste omgeving, het gezin, organisaties, de verenigingen, de vakbonden en de politieke partijen.

Footnotes

  1. De Vivaldi-regering is de Belgische federale coalitie die tussen oktober 2020 en februari 2025 aan de macht was. Ze bestond uit de Liberale, sociaaldemocratische, groene en Vlaamse christendemocratische partijen.
  2. Om dit totaal te berekenen, moeten alle door stakingen verloren gegane werkdagen worden opgeteld, en dit voor elke betrokken werknemer. Als bijvoorbeeld 100 werknemers één dag staken, komt dat neer op een totaal van 100 stakingsdagen.
  3. Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) is door de Europese Unie ingesteld. Het heeft tot doel ervoor te zorgen dat alle landen van de eurozone, via een reeks regels en een toezichtskader, hun overheidstekort beperken tot 3% van het bbp.
  4. De algemene staking in de winter van 1960-1961 duurde in sommige regio’s tot vijf weken en legde heel België, en vooral Wallonië, lam. Aanleiding was een bezuinigingsprogramma om de overheidsfinanciën te saneren. De beweging werd bekend als de ‘staking van de eeuw’.
  5. In de aanloop naar de nationale betoging van 12 maart 2026 spraken de algemeen secretarissen van het ACV en van het ABVV dezelfde taal in de media. Ze gaven daarbij blijk van eensgezindheid. Hun gemeenschappelijk optreden stond symbool voor een verenigd front tegen de regeringsmaatregelen.
  6. Het voormalige ACLVB heet sinds 30 mei 2026 SYNOVA.
  7. Arco is een coöperatie die voortkwam uit de christelijke arbeidersbeweging. Ze was verantwoordelijk voor het beheer van de spaargelden van haar leden, en had bijna al haar middelen in aandelen bij Dexiabank belegd. Als gevolg van de financiële crisis van 2008 stortte de bank in en gingen de spaargelden van de leden van de christelijke arbeidersbeweging verloren.
  8. Hij volgde op 1 januari 2026 Thierry Bodson op als voorzitter.
  9. De ‘Groep van Tien’ is het centrale orgaan voor sociaal overleg in België. Hierin komen de belangrijkste vertegenwoordigers van de vakbonden en werkgeversorganisaties paritair bijeen voor onderhandelingen over diverse onderwerpen, zoals lonen of arbeidsvoorwaarden.
  10. Bruno Verlaeckt, voorzitter van het ABVV-Antwerpen, werd in 2019 schuldig bevonden aan ‘kwaadwillige belemmering van het verkeer’. De veroordeling sloeg op een sociale actie die drie jaar eerder plaatsvond, tijdens een nationale stakingsdag. De vakbond had toen vijf blokkades georganiseerd op toegangswegen naar de Antwerpse haven.
  11. In 2020 werden de voorzitter van het ABVV, Thierry Bodson, en zestien andere vakbondsleden door de correctionele rechtbank van Luik veroordeeld voor het blokkeren van de E40-snelweg tijdens een sociale actie in 2015. Bodson kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.
  12. Dit ‘pact’ ontmoedigde vervroegde pensionering. Daarom riepen de vakbonden op tot de eerste algemene staking sinds 1993.