|
Die repressie leidde ook tot de massale opsluiting van marxistische, antiracistische en revolutionaire activisten. De meest gemediatiseerde zaak was die van Angela Y. Davis in 1970. Ze werd beschuldigd van medeplichtigheid aan een gewapende bevrijdingspoging van drie gevangen activisten. Het Amerikaanse publiek zag deze vervolging voor wat ze was: de politieke onderdrukking van een radicale activiste. Tegelijkertijd groeide het bewustzijn rond de slechte behandeling van gevangenen. Overal in het land braken er gevangenisoproeren uit tegen het institutionele racisme binnen het penitentiaire systeem en de erbarmelijke levensomstandigheden van de gedetineerden. Die woede bereikte in 1971 een hoogtepunt met de dood van George Jackson, een Black Panther-activist die door een cipier werd doodgeschoten. Zijn dood ontketende de beruchte opstand in de Attica-gevangenis. De daaropvolgende repressie werd de bloedigste in de geschiedenis van het land. De ‘Free Angela‘-beweging kreeg internationale allure en kreeg de steun van prominenten zoals John Lennon en de Rolling Stones. Davis werd het symbool van de strijd tegen politieke onderdrukking en van het activisme tegen het gevangenissysteem. De maatschappelijke druk leidde uiteindelijk tot haar unanieme vrijspraak. Een decennium eerder was zo’n vonnis nog ondenkbaar geweest. Vijf dagen na haar vrijlating hield Angela Davis haar overwinningsspeech in Los Angeles, de eerste halte van een internationale bedankingsronde. Ze hekelde er de overheidsrepressie en wees op de mislukking van de strategie van de overheid die, door haar op te sluiten, immers ongewild zelf had bijgedragen aan de verandering van de publieke opinie in haar voordeel. De kern van haar toespraak bleef echter haar abolitionistische visie: Davis riep op tot strijd tegen een gevangenissysteem dat het failliet van de hele Amerikaanse samenleving weerspiegelt. Sinds haar vrijlating richt ze haar werk deels op de afschaffing van het ‘prison-industrial complex‘: een systeem dat opsluiting en politiegeweld inzet als economisch en politiek instrument. Vandaag de dag is de situatie er niet op vooruitgegaan. Er zitten meer dan twee miljoen mensen vast in Amerikaanse gevangenissen, waarin de zwarte bevolking massaal oververtegenwoordigd is. En dat is nog buiten de uitwijzingen en opsluitingen door de ICE gerekend, waartegen de burgers zich massaal mobiliseren. |
Het is werkelijk een heerlijk gevoel om terug te zijn onder het volk. Om terug te zijn te midden van u allen die zo lang en zo hard hebben gevochten, te midden van u allen die daadwerkelijk voor mijn vrijheid hebben gevochten. En ik had echt gewild dat u erbij had kunnen zijn in de rechtszaal op het moment dat drie keer de woorden “niet schuldig” werden uitgesproken, want die overwinning was net zo goed de uwe als de mijne. En toen we lachten en huilden, waren dat uitingen van onze vreugde omdat we getuige waren van wat een echte volksoverwinning was.(…)
Mijn leven, en het leven van mijn familie, mijn moeder, mijn kameraden en mijn vrienden, is de afgelopen twee jaar echt drastisch veranderd. Wat er namelijk gebeurde, was dat naarmate onze beweging — en in het bijzonder onze beweging hier in Los Angeles, onze beweging om politieke gevangenen te bevrijden, onze beweging om alle onderdrukte mensen te bevrijden — begon te groeien, sterker te worden en zich in de breedte te ontwikkelen, de repressieve vinger van de regering toevallig naar mij wees. Het lot wilde dat ik het zoveelste symbool werd van wat de regering in deze staat zou doen met iedereen die weigert haar passieve, onderdanige onderdaan te zijn.
Maar toen kwam de golf van een massaal volksverzet; toen kwamen duizenden en duizenden en honderdduizenden mensen in opstand om mij en andere politieke gevangenen te redden. En wat er gebeurde, was dat het repressieplan van de regering in duigen viel; het keerde zich tegen hen. De regering kon via mij geen mensen terroriseren die openlijk hun verzet toonden tegen racisme, oorlog, armoede en repressie. Integendeel, de mensen lieten weten dat ze zich niet door terreur lieten manipuleren. En duizenden en miljoenen mensen over de hele wereld verenigden zich in de strijd en redden mij van het lot dat de regering had gepland om een voorbeeld te stellen voor iedereen die bereid was zich te verzetten. U greep in en redde mijn leven, en nu ben ik terug onder u.
En zoals ik in de strijd van u werd weggerukt, zo keer ik ook naar de strijd terug. Ik keer terug in de strijd met een heel simpele boodschap: we zijn nog maar net begonnen met ons gevecht. En terwijl we de overwinning van mijn eigen vrijspraak vieren, moeten we ook aan de slag gaan om onze vreugde en ons enthousiasme om te zetten in een nog diepere toewijding aan al onze zusters en broeders die nog geen reden hebben om te vieren. Er zijn honderden en duizenden Soledad Brothers, San Quentin Brothers of Folsom Brothers, en CIW sisters, die allemaal gevangen zitten in een waanzinnig misdadige sociale orde.
Miljoenen mensen over de wereld hebben zich in de strijd verenigd en mij gered van het lot dat de regering voor mij had gepland om een voorbeeld te stellen voor iedereen die bereid was zich te verzetten.
Laten we dus vieren, maar laten we vieren op de enige manier die verenigbaar is met alle pijn en lijdzaamheid waarmee zoveel van onze zusters en broeders elke ochtend worden geconfronteerd wanneer ze ontwaken met de beklemmende aanblik van ondoordringbaar beton en staal. Wanneer ze ontwaken door het harde geknal van zware ijzeren deuren die met een druk op de knop open- en dichtgaan. Wanneer ze elke ochtend ontwaken met het onvermijdelijke gerinkel van de sleutels van de cipiers — sleutels die er voortdurend aan herinneren dat de vrijheid zo dichtbij is, en toch zo ver weg. Millennia en millennia ver weg. Laten we dus vieren op de enige manier die passend is. Laat de vreugde van de overwinning het fundament zijn van een onsterfelijke gelofte; een hernieuwde toewijding aan de zaak van de vrijheid. Want we weten nu dat overwinningen mogelijk zijn, hoewel de strijd die ze eisen lang en zwaar is. (…)

Er is al vaak gezegd dat men veel over een samenleving kan leren door naar haar gevangenissen te kijken. Kijk ernaar en daar zult u in geconcentreerde en microscopische vorm de ziekte van het hele systeem zien. En vandaag, in de Verenigde Staten van Amerika in 1972, is er iets bijzonder onthullends aan de analogie tussen de gevangenis en de grotere samenleving die zij weerspiegelt. Want in een pijnlijk reële zin zijn we allemaal gevangenen van een samenleving waarvan de ronkende proclamaties van vrijheid en rechtvaardigheid voor iedereen niets anders zijn dan inhoudsloze retoriek. (…)
Want wanneer we de raketten zien opstijgen naar de maan, en de B-52’s vernietiging en dood zien regenen op de bevolking van Vietnam, weten we dat er iets mis is. We weten dat het enige wat we moeten doen is die rijkdom en energie heroriënteren en kanaliseren naar voedsel voor de hongerigen en kleding voor de behoeftigen; naar scholen, ziekenhuizen, huisvesting en alle materiële zaken die nodig zijn opdat menselijke wezens een fatsoenlijk, comfortabel leven kunnen leiden — om levens te leiden die vrij zijn van alle druk van racisme en, jawel, mannelijke superioriteitshoudingen en -instituties en alle andere middelen waarmee de machthebbers het volk manipuleren. Want pas dan kan vrijheid een werkelijk menselijke betekenis krijgen. Pas dan kunnen we vrij zijn om te leven, lief te hebben en creatieve menselijke wezens te zijn.
In deze samenleving, vandaag in de Verenigde Staten van Amerika, worden we omringd door juist die rijkdom en wetenschappelijke verworvenheden die een belofte van vrijheid inhouden. Vrijheid is zo dichtbij, en tegelijkertijd zo ver weg. De rijkdom en de technologie om ons heen vertellen ons dat een vrije, humane, harmonieuze samenleving heel dichtbij ligt. Maar tegelijkertijd is ze zo ver weg omdat iemand de sleutels in handen heeft en die iemand weigert de poorten naar de vrijheid te openen.
Net als de gevangene zitten wij opgesloten met de lelijkheid van racisme, armoede en oorlog, en alle bijhorende psychologische frustraties en manipulaties. We zitten ook opgesloten met onze dromen en visies van vrijheid, en met de kennis dat als we de sleutels maar hadden — als we ze maar konden ontfutselen aan de bewakers, aan Standard Oil, General Motors en de gigantische multinationals, en natuurlijk aan hun beschermers, de regering — als we die sleutels maar in handen konden krijgen, we deze visies en dromen in realiteit zouden kunnen omzetten. Onze situatie vertoont een uiterst pijnlijke gelijkenis met de situatie van de gevangene, en dat is iets wat we nooit mogen vergeten. Want als we dat doen, verliezen we ons verlangen naar vrijheid en onze wil om te strijden voor bevrijding.
(…) En wanneer ik dit zeg, bedoel ik dat heel letterlijk, omdat ik me maar al te goed herinner dat in de kille stilte en eenzaamheid van een isolatiecel in Marin County, u, het volk, mijn enige hoop was, mijn enige belofte op leven.
Martin Luther King Jr. vertelde ons wat hij zag toen hij naar de bergtop ging. Hij vertelde ons over visioenen van een nieuwe wereld van vrijheid en harmonie. Maar er is ook de voet van de berg, en er zijn ook de gebieden onder de oppervlakte. En ik keer terug van een afdaling, samen met duizenden en duizenden van onze zusters en broeders, in de naargeestige diepten van de samenleving. Ik wil proberen u iets te vertellen over die gebieden. Ik wil een poging doen u ervan te overtuigen deel te nemen aan de strijd om leven en adem te geven aan hen die afgesloten leven van alles wat op menselijke waardigheid lijkt.
Luister even naar George Jacksons beschrijving van het leven in de O-vleugel van de Soledad-gevangenis: “Deze plek vernietigt de logische processen van de geest. De gedachten van een man raken volledig ontregeld. Het lawaai, de waanzin die uit elke keel stroomt, gefrustreerde geluiden tegen de tralies, metalen geluiden van de muren, de stalen dienbladen, de ijzeren bedden die aan de muur zijn gevezen, de holle geluiden van een gietijzeren gootsteen, een toilet, de geuren, de menselijke uitwerpselen die naar ons worden gegooid, ongewassen lichamen, het rotte voedsel. Men kan de depressie begrijpen van een gedetineerde in de isoleerafdeling. Hij is zo diep mogelijk gevallen in de sociale valstrik. Verlichting is zo ver weg dat het heel gemakkelijk voor hem is om de hoop te verliezen. Het is erger dan Vietnam. En de cipiers met de karabijnen, hun matrakken en traangas zijn er om deze terreur in stand te houden, om haar tot elke prijs in stand te houden.”
Dit is in feite wat ze ons vertelden tijdens het proces in San Jose. Ik zou graag een passage willen voorlezen uit ons kruisverhoor van een zekere sergeant Murphy, die werd ondervraagd over het beleid van San Quentin om ontsnappingen te voorkomen.
“Vraag: En om er zeker van te zijn dat ik de draagwijdte van dat beleid begrijp, mijnheer: betekent dat beleid dat als mensen proberen te ontsnappen, en ze gijzelaars hebben, en als de cipiers die ontsnapping op enigerlei wijze kunnen voorkomen, ze die ontsnapping moeten verhinderen, zelfs als dat betekent dat elke gijzelaar wordt gedood?
Antwoord: Dat is correct.
Vraag: En dat betekent dat, of ze nu één rechter of vijf rechters vasthouden, of één vrouw of twintig vrouwen, of één kind of twintig kinderen, het beleid van de cipiers van San Quentin is dat ze de ontsnapping tot elke prijs moeten voorkomen. Is dat juist?
Antwoord: Dat is correct.
Vraag: Met andere woorden, het is belangrijker om de ontsnapping te voorkomen dan om een mensenleven te redden. Is dat juist?
Antwoord: Ja, mijnheer.”
Dit vindt u terug in de officiële gerechtelijke documenten van het proces. De terreur van het gevangenisleven, de angstaanjagende aanwezigheid ervan in de bredere samenleving, mocht niet worden verstoord. Sergeant Murphy noemde de gevangenis bij haar juiste naam. Hij vatte de essentie van de sociopolitieke functie van gevangenissen vandaag de dag samen, want hij had het over een zichzelf instandhoudend systeem van terreur. Gevangenissen zijn immers politieke wapens; ze fungeren als middelen om elementen in deze samenleving in te dammen die de stabiliteit van het grotere systeem bedreigen. In gevangenissen worden mensen die de status quo daadwerkelijk of potentieel verstoren, opgesloten, ingedamd, gestraft en in sommige gevallen gedwongen psychologische behandelingen te ondergaan met geestverruimende middelen.
We zijn allemaal gevangenen van een samenleving waarvan de ronkende proclamaties van vrijheid en rechtvaardigheid voor iedereen niets anders zijn dan inhoudsloze retoriek.
Het gevangenissysteem is een repressiewapen. De regering beschouwt jonge zwarte mensen en mensen van kleur als de daadwerkelijk en potentieel meest rebelse elementen van deze samenleving. En zo stromen de gevangenissen en strafinrichtingen van deze samenleving over van jongeren van kleur. Afhankelijk van de regio bestaat de gevangenispopulatie van dit land voor 45 tot 85 procent uit mensen van kleur. Op nationaal niveau is 60 procent van alle vrouwelijke gevangenen zwart. En tienduizenden gevangenen in stedelijke en lokale gevangenissen zijn nooit veroordeeld voor enig misdrijf; ze zitten er gewoon, slachtoffer van ongevoelige, incompetente en vaak openlijk racistische pro-Deoadvocaten die erop aandringen dat ze schuldig pleiten, hoewel ze weten dat hun cliënt net zo onschuldig is als zijzelf.
En voor hen die wel een misdrijf hebben gepleegd, moeten we op zoek gaan naar de diepere oorzaak. En die oorzaak zoeken we niet in hen als individuen, maar in het kapitalistische systeem dat de noodzaak tot criminaliteit überhaupt voortbrengt. Zoals een onderzoeker van het gevangenissysteem heeft gezegd: “Zo moeten de materieel hongerigen stelen om te overleven, en plegen de spiritueel hongerigen antisociale daden omdat hun menselijke behoeften niet kunnen worden bevredigd in een op eigendom gerichte staat. Het is een redelijke schatting dat zowat negentig procent van de gepleegde misdrijven niet als misdrijf zou worden beschouwd of niet zou plaatsvinden in een op mensen gerichte samenleving.” (…)
Mijn vrijheid werd bereikt als het resultaat van een massale volksstrijd. Jongeren en ouderen, zwarte mensen, mensen van kleur, Aziaten, inheemse Amerikanen en witte mensen, studenten en arbeiders. Het volk greep de sleutels die de poorten naar de vrijheid openden. En we zijn nog maar net begonnen. Het momentum van deze beweging moet worden vastgehouden en worden versterkt. Laten we proberen meer sleutels te grijpen en meer poorten te openen en meer zusters en broeders naar buiten te brengen, zodat ze zich kunnen aansluiten bij de rangen van onze strijd hierbuiten.
Bij het opbouwen van een gevangenisbeweging mogen we onze broeders niet vergeten die lijden in militaire gevangenissen en de arrestantencellen op bases in het hele land en over de hele wereld. Billy Dean Smith, een van onze zwarte broeders die nu in afwachting is van een krijgsraad, weigerde bevelen op te volgen. In Vietnam weigerde hij de Vietnamezen te vermoorden, die hij kende als zijn kameraden in de bevrijdingsstrijd. En natuurlijk was hij in de ogen van zijn oversten een heel, heel gevaarlijk voorbeeld. Dus werd hij er valselijk van beschuldigd twee witte officieren te hebben gedood in Vietnam. We moeten Billy Dean Smith en al zijn broeders en kameraden die bij het leger gevangen zitten, bevrijden. (…)
We moeten proberen het weefsel van het leven achter muren via de strijd zoveel mogelijk te veranderen, en er zijn duizend concrete kwesties waarrond we deze beweging kunnen opbouwen: ongecensureerde en onbeperkte postprivileges, bezoeken naar keuze van de gevangene, minimumloonniveaus in de gevangenis, adequate medische zorg — en voor vrouwen is dit bijzonder belangrijk als je bedenkt dat in sommige gevangenissen een vrouw, een zwangere vrouw, moet vechten om zelfs maar één glas melk per dag te krijgen. Literatuur moet ongecensureerd zijn. Gevangenen moeten het recht hebben om zich te scholen zoals zij dat verkiezen. Als ze willen leren over marxisme, leninisme en over socialistische revolutie, dan moeten ze daartoe het recht hebben. (…)
De noodzaak, de zeer dringende noodzaak om ons aan te sluiten bij onze zusters en broeders achter de tralies in hun strijd, werd pijnlijk duidelijk tijdens de opstand en het bloedbad in Attica vorig jaar. En ik zou willen sluiten met het voorlezen van een korte passage uit een reeks reflecties die ik in de gevangenis van Marin County schreef toen ik hoorde van de opstand en het bloedbad in Attica.
“De schade is aangericht, tientallen mannen — sommigen nog naamloos — zijn dood. Onbekende aantallen zijn gewond. Tegen de tijd van nu zou men verwachten dat meer mensen zouden beseffen dat dergelijke uitbarstingen van repressie geen geïsoleerde aberraties zijn in een samenleving die voor het overige rimpelloos is. Want we zijn getuige geweest van Birmingham en Orangeburg, Jackson State, Kent State, My Lai en San Quentin op 21 augustus. De lijst is eindeloos. Geen van deze uitbarstingen is uit het niets ontstaan. Integendeel, ze kristalliseerden zich allemaal en getuigden van diepgaande en wijdverbreide sociale gebreken.
Maar Attica was in een heel belangrijk opzicht anders dan deze andere episodes. Dit keer werden de autoriteiten immers aangeklaagd door de feiten zelf; ze werden op heterdaad betrapt op hun leugens. Ze werden publiekelijk ontmaskerd toen ze, om dat bloedbad te rechtvaardigen — een bloedbad geleid door gouverneur Rockefeller en goedgekeurd door president Nixon — zich haastten om de feiten te verdraaien.
Misschien heeft dit op zich wel grotere aantallen mensen uit hun door de maatschappij opgelegde sluimer gehaald. Velen hebben al hun verontwaardiging geuit, maar verontwaardiging is niet genoeg. Regeringen en gevangenisbureaucratieën moeten worden onderworpen aan felle en onvoorwaardelijke kritiek voor hun harde en moorddadige repressie. Maar zelfs dit is niet genoeg, want dit raakt nog niet de kern van de zaak. Mensen moeten een onomwonden standpunt innemen ter actieve ondersteuning van gevangenen en hun grieven. Ze moeten proberen de bij uitstek menselijke inhoud van de opstanden en de strijd van gevangenen te begrijpen. Het is immers rechtvaardigheid die we zoeken, en velen van ons kunnen zich al een wereld voorstellen die onbezoedeld is door armoede en vervreemding, een wereld waarin de gevangenis slechts een vage herinnering zal zijn, een overblijfsel uit het verleden. Maar we hebben ook meteen eisen voor rechtvaardigheid, voor billijkheid, en voor ruimte om te denken, te leven en te handelen.”
Eind jaren 60, begin jaren 70 stort het vertrouwen in de Amerikaanse overheid volledig in. De Vietnamoorlog, het Watergateschandaal, de moord op Martin Luther King Jr. en de harde aanpak van politieke activisten wakkerden dit massale wantrouwen aan.

