|
Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij het op voor de Sovjet-Unie nadat nazi-Duitsland dat land was binnengevallen, waarmee hij de aandacht van de FBI trok. De naoorlogse context en de Red Scare maakten van hem hét doelwit bij uitstek voor het maccarthysme. Zowel de FBI als de HUAC, een comité dat in 1938 was opgericht om ‘onvaderlandslievend gedrag’ op te sporen en een heksenjacht te ontketenen op socialistische activisten, maakten zich ernstige zorgen over zijn enorme invloed. Toen hij in 1950 weigerde zijn steun aan het Sovjetregime op te geven, in het bijzonder in zijn artikelen voor de krant Freedom, nam de Amerikaanse regering zijn paspoort in beslag. De FBI ging zelfs zo ver om in Afrika een lasterlijk artikel te verspreiden om zijn reputatie te besmeuren en de communistische invloed in de gekoloniseerde landen in te dammen. Daarnaast behoorde hij, samen met figuren als Charlie Chaplin en Orson Welles, tot de honderden kunstenaars die in die periode op de zwarte lijst belandden. Dat hield hem echter niet tegen: nadat hij van de Sovjet-Unie de Internationale Stalin-Prijs had ontvangen, publiceerde hij in 1953 een artikel ter nagedachtenis aan Stalin. Toen Robeson in 1956 voor de HUAC moest verschijnen, weigerde hij een document te ondertekenen waarin hij zijn lidmaatschap van de communistische partij ontkende. Tijdens het verhoor, dat een welhaast absurde toon aannam, hekelde hij de juridische pesterijen en de praktijken van het comité. Enkele passages uit die scherpe woordenwisseling vormen het fragment dat hier wordt gepresenteerd. Robeson kreeg zijn paspoort pas in 1958 terug en vertrok meteen op wereldtournee. Zijn status als gevierde ster in de Verenigde Staten zou hij echter nooit meer terugkrijgen. Tot op de dag van vandaag wordt hij grotendeels genegeerd in de geschiedenisboeken. |
De heer ARENS: Bent u momenteel lid van de Communistische Partij ?
De heer ROBESON: Oh, alstublieft, alstublieft, alstublieft.
De heer SCHERER: Wilt u alstublieft antwoorden, meneer Robeson ? ROBESON: Wat is de Communistische Partij ? Wat bedoelt u daarmee ?
SCHERER: Mijnheer de voorzitter, ik verzoek u de getuige te bevelen de vraag te beantwoorden.
ROBESON: Wat verstaat u onder de Communistische Partij ? Voor zover ik weet, is dat een legale partij, net zoals de Republikeinse Partij en de Democratische Partij. Bedoelt u een partij van mensen die zich hebben opgeofferd voor mijn volk, en voor alle Amerikanen en arbeiders, zodat zij in waardigheid kunnen leven ? Bedoelt u die partij ?
ARENS: Bent u momenteel lid van de Communistische Partij ?
ROBESON: Wilt u soms naast de stembus komen staan wanneer ik mijn stem uitbreng, het stembiljet eruit halen en kijken?
ARENS: Mijnheer de voorzitter, ik stel respectvol voor dat de getuige wordt opgedragen en bevolen om die vraag te beantwoorden.
DE VOORZITTER: U wordt geacht de vraag te beantwoorden. (De getuige overlegt met zijn raadsman.)
ROBESON: Ik beroep mij op het vijfde amendement van de Amerikaanse grondwet.
ARENS: Vreest u oprecht dat indien u deze commissie de waarheid zou vertellen…
ROBESON: Ik heb geen enkele behoefte om wat dan ook te overwegen. Ik beroep mij op het vijfde amendement, en het gaat u niets aan wat ik zou willen doen; ik beroep mij op het vijfde amendement. En vergeet het maar.
DE VOORZITTER: U wordt bevolen die vraag te beantwoorden.
ROBESON: Ik beroep mij op het vijfde amendement, en daarmee antwoord ik toch, nietwaar ?
ARENS: Ik stel respectvol voor dat de getuige wordt opgedragen en bevolen de vraag te beantwoorden of hij al dan niet oprecht vreest dat hij, door een eerlijk antwoord te geven op deze laatste hoofdvraag, informatie zou verstrekken die tegen hem kan worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure.
DE VOORZITTER: U wordt bevolen die vraag te beantwoorden, meneer Robeson.
ROBESON: Mijnheren, om te beginnen: waar ter wereld ik ook ben geweest, in Scandinavië, Engeland en tal van andere plaatsen, de eersten die stierven in de strijd tegen het fascisme waren de communisten, en ik heb menig krans op de graven van communisten gelegd. Dit heeft niets met criminaliteit te maken, en het vijfde amendement heeft niets met criminaliteit te maken. De voorzitter van het Hooggerechtshof, Warren, is daar in tal van toespraken heel duidelijk over geweest: het vijfde amendement laat op geen enkele wijze toe om te besluiten tot strafrechtelijke schuld. Ik beroep mij op het vijfde amendement. (…)

SCHERER: De getuige spreekt met luide stem wanneer hij een toespraak houdt, maar wanneer hij zich beroept op het vijfde amendement, kan ik hem niet horen.
ROBESON: Ik heb mij met zeer luide stem beroepen op het vijfde amendement. U weet best dat ik acteur ben en dat ik medailles voor dictie heb ontvangen. Oh, mijnheren, ik dacht dat ik hier was vanwege een kwestie rond paspoorten.
ARENS: Daar komen we zo dadelijk op terug.
ROBESON: Dit is volstrekte onzin.
DE VOORZITTER: Dit is wettig. Dit is niet alleen wettig, maar ook volstrekt gebruikelijk. Bij eenparigheid van stemmen is deze commissie belast met de uitvoering van deze uiterst ondankbare taak.
ROBESON: Tot wie spreek ik eigenlijk ?
DE VOORZITTER: U spreekt tot de voorzitter van deze commissie.
ROBESON: Walter ?
DE VOORZITTER: Ja.
ROBESON: De Walter uit Pennsylvania ?
DE VOORZITTER: Dat klopt.
ROBESON: De vertegenwoordiger van de staalarbeiders ?
DE VOORZITTER: Dat klopt.
ROBESON: Van de mijnwerkers, en toch niet toevallig van United States Steel ? Een groot patriot.
DE VOORZITTER: Dat klopt.
ROBESON: U bent de auteur van al die wetsvoorstellen die bedoeld zijn om allerlei fatsoenlijke mensen buiten het land te houden.
DE VOORZITTER: Nee, alleen van uw slag.
ROBESON: Gekleurde mensen zoals ik, uit de West-Indische eilanden en van overal. En alleen die Teutoonse, Angelsaksische herkomst die u zou binnenlaten.
DE VOORZITTER: We proberen het ook makkelijker te maken om van uw slag af te komen.
ROBESON: U wilt dus dat er helemaal geen gekleurde mensen binnenkomen ?
DE VOORZITTER: Ga verder…
ROBESON: Mag ik er even op wijzen dat de reden waarom ik hier vandaag sta, nota bene uit de mond van het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf, de volgende is: men vindt dat ik niet mag reizen omdat ik al jaren strijd voor de onafhankelijkheid van de gekoloniseerde volkeren in Afrika. Sinds vele jaren zet ik mij hiervoor in, en ik mag in alle bescheidenheid zeggen dat mijn naam in heel Afrika diep gerespecteerd wordt vanwege mijn strijd voor hun onafhankelijkheid. Een onafhankelijkheid zoals Soekarno die in Indonesië heeft verkregen. Tenzij we hier met gespleten tong spreken, kaderen deze inspanningen in het belang van Afrika in exact dezelfde context. De andere reden waarom ik hier vandaag sta, wederom volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken en het dossier van het Hof van Beroep, is dat ik mij in het buitenland uitspreek tegen het onrecht dat de zwarte bevolking in dit land wordt aangedaan. Ik heb een boodschap gestuurd naar de Conferentie van Bandung, enzovoort. Daarom ben ik hier.. Dit is de kern van de zaak. Ik word niet berecht omdat ik communist zou zijn, maar omdat ik vecht voor de rechten van mijn volk, dat in deze Verenigde Staten van Amerika nog steeds als tweederangsburgers wordt behandeld. Mijn moeder is geboren in uw staat, meneer Walter; zij was een quaker, en in de tijd van Washington bakten mijn voorouders brood voor de troepen van George Washington toen zij de Delaware overstaken. En mijn eigen vader was een slaaf. Ik sta hier om te strijden voor het recht van mijn volk om volwaardig burger te zijn in dit land. En dat zijn ze niet. Dat zijn ze niet in Mississippi. En dat zijn ze niet in Montgomery, Alabama. En dat zijn ze niet in Washington. Ze zijn het nergens, en dat is waarom ik hier vandaag sta. U wilt elke zwarte het zwijgen opleggen die de moed heeft om op te staan en te vechten voor de rechten van zijn volk, voor de rechten van de arbeiders; en ik heb zelf ook aan menig stakingspiket gestaan voor de staalarbeiders. En dat is waarom ik hier vandaag ben…
Ik sta hier omdat ik mij verzet tegen de neofascistische tendensen die ik in deze commissies zie opkomen.
ARENS: Heeft u in 1949 een reis gemaakt naar Europa en naar de Sovjet-Unie ? ROBESON: Ja, ik heb een reis gemaakt. Naar Engeland waar ik optrad met het Philadelphia Orchestra, een van de twee Amerikaanse gezelschappen die naar Engeland waren uitgenodigd. Ik heb een lange concerttournee gemaakt in Engeland, Denemarken en Zweden, en ik heb ook gezongen voor het Sovjetvolk, een van de muzikaalste publieken ter wereld. Leest u maar wat de mensen van Porgy and Bess hebben gezegd. Ze hadden nog nooit van hun leven zo’n applaus gehoord. Een van de muzikaalste volkeren ter wereld, met grote componisten en grote muzikanten, een volk met een rijke cultuur, dat van Tolstoj en—
DE VOORZITTER: Dat weten we allemaal wel.
ROBESON: Zij hebben bijgedragen aan onze cultuur en we kunnen veel van hen leren. (…)
ARENS: Heeft u, toen u in Stockholm was, een korte toespraak gehouden ?
ROBESON: Ik heb allerlei toespraken gehouden, ja.
ARENS: Laat mij u een citaat voorlezen. “Ik aarzel geen seconde om duidelijk en ondubbelzinnig te verklaren: ik behoor tot de Amerikaanse verzetsbeweging die strijdt tegen het Amerikaanse imperialisme, net zoals de verzetsbeweging tegen Hitler heeft gestreden.” Heeft u die verklaring afgelegd ?
ROBESON: Dat herinner ik mij niet. Maar wat vandaag volkomen duidelijk is, is dat negenhonderd miljoen andere gekleurde mensen u hebben laten weten dat zij dat weigeren. Vierhonderd miljoen in India en miljoenen overal elders hebben u heel precies te kennen gegeven dat de gekleurde mensen voor niemand gaan sterven: zij gaan sterven voor hun eigen onafhankelijkheid. We hebben hier niet te maken met vijftien miljoen gekleurde mensen, we hebben te maken met honderden miljoenen. In Rusland voelde ik mij voor het eerst een volwaardig mens. Geen raciale vooroordelen zoals in Mississippi, geen raciale vooroordelen zoals in Washington. Het was de eerste keer dat ik mij als een mens behandeld voelde. Waar ik de druk van mijn huidskleur niet voelde zoals ik die vandaag in deze commissie voel.
SCHERER: Waarom blijft u dan niet in Rusland ?
ROBESON: Omdat mijn vader een slaaf was en mijn volk zijn bloed heeft gegeven om dit land op te bouwen. Ik ben dan ook vastbesloten hier te blijven en er net als u mijn deel van op te eisen. En geen enkel fascistisch gezind persoon zal mij hier wegdrijven. Is dat duidelijk ? Ik ben voor vrede met de Sovjet-Unie en ik ben voor vrede met China, maar ik ben niet voor vrede of vriendschap met de fascist Franco, en ik ben niet voor vrede met de fascistische nazi-Duitsers. Ik ben voor vrede met fatsoenlijke mensen.
SCHERER: U bent hier omdat u de communistische zaak promoot.
ROBESON: Ik sta hier omdat ik mij verzet tegen de neofascistische tendensen die ik in deze commissies zie opkomen. Uw methoden doen denken aan de Alien Act en Sedition Act, en Thomas Jefferson had hier net zo goed kunnen zitten, of Frederick Douglass, of Eugene Debs.
DE VOORZITTER: Welnu, over welke vooroordelen heeft u het eigenlijk ? U bent afgestudeerd aan Rutgers en u bent afgestudeerd aan de Universiteit van Pennsylvania. Er was geen sprake van vooroordelen tegen u.
ROBESON: Een ogenblik. Dit is een visie die ik ten diepste en in alle oprechtheid betwist: het idee dat het succes van enkele zwarte Amerikanen, onder wie ikzelf of Jackie Robinson, de realiteit kan compenseren — en ik verwijs hier naar een studie van Columbia University — van een jaarinkomen van amper zevenhonderd dollar voor duizenden zwarte gezinnen in het Zuiden. Mijn vader was een slaaf en ik heb neven die deelpachter zijn, en ik bekijk mijn succes niet louter vanuit mijn eigen persoon. Dat is de reden waarom mijn eigen succes niet de betekenis heeft gehad die het had moeten hebben: ik heb letterlijk honderdduizenden, zo niet miljoenen dollars opgeofferd voor waar ik in geloof. (…)
ARENS: Heeft u, toen u in Moskou was, een toespraak gehouden waarin u de lof van Stalin bezong ?
ROBESON: Dat weet ik niet.
ARENS: Heeft u destijds in wezen gezegd dat Stalin een groot man was en dat hij enorm veel had gedaan voor het Russische volk, voor alle naties ter wereld en voor alle arbeiders op aarde ? Heeft u woorden van die strekking gesproken over Stalin toen u in Moskou was ?
ROBESON: Dat herinner ik mij niet.
ARENS: Herinnert u zich dat u Stalin heeft geprezen ?
ROBESON: Ik heb veel gezegd over het Sovjetvolk dat streed voor de volkeren op aarde.
ARENS: Heeft u Stalin geprezen ?
ROBESON: Dat herinner ik mij niet.
ARENS: Bent u onlangs anders gaan denken over Stalin ?
ROBESON: Wat er ook met Stalin is gebeurd, mijnheren, dat is een zaak die uitsluitend de Sovjet-Unie aangaat. Ik weiger te discussiëren met de vertegenwoordiger van een volk dat bij de opbouw van Amerika zestig tot honderd miljoen levens van mijn mensen heeft vernietigd — zwarte mensen die uit Afrika zijn weggesleurd om op de plantages te werken. U en uw voorouders zijn verantwoordelijk voor de dood van zestig tot honderd miljoen zwarte mensen in de slavenschepen en op de plantages. Vraag mij dus alstublieft niets over wie dan ook. (…)
ARENS: Dan zou ik nu graag uw aandacht willen vragen voor de editie van de Daily Worker van 29 juni 1949, met betrekking tot een bijeenkomst tussen u en Ben Davis. Kent u Ben Davis ?
ROBESON: Een van mijn dierbaarste vrienden, een van de voortreffelijkste Amerikanen die u zich kunt voorstellen, geboren in een uitstekende familie, afgestudeerd aan Amherst en een man van belang. Niets zou mij trotser kunnen maken dan hem te kennen.
ARENS: Moet ik daaruit begrijpen dat u zijn patriottisme looft ?
ROBESON: Ik stel dat hij een zo patriottische Amerikaan is als men maar kan zijn. U daarentegen, mijnheren, hoort thuis bij de aanhangers van de Alien Act en Sedition Act. De antipatriotten, dat bent u; de on-Amerikanen, dat bent u, en u zou zich diep moeten schamen.
DE VOORZITTER: Een ogenblik, de zitting is geschorst.
ROBESON: Dat dacht ik ook, ja.
DE VOORZITTER: Ik heb hiervan alles verdragen wat ik kon verdragen. ROBESON: Mag ik mijn verklaring voorlezen ?
DE VOORZITTER: Nee, u mag haar niet voorlezen. De zitting is geschorst.
ROBESON: Dat dacht ik ook, en u zou deze commissie voor altijd moeten opheffen, dat is wat ik te zeggen heb.
Tot in de jaren 1950 was Paul Robeson een van de bekendste sterren van de Verenigde Staten. Als zoon van een voormalige slaaf studeerde hij aan de universiteit en bouwde hij een indrukwekkende carrière op als American footballspeler, advocaat en zanger, waarna hij via het witte doek internationale roem vergaarde. Toch werd hij in amper een paar jaar tijd op de zwarte lijst van de cultuursector gezet en verdween zijn werk uit de handel. De reden ? Zijn toenadering tot de communistische beweging en zijn openlijke steun aan de Sovjet-Unie. Dat engagement kwam niet uit de lucht vallen. In de jaren 1920 maakte Robeson deel uit van de

