Artikel

Zoals het klokje thuis tikt

Felix Bartels

—3 mei 2022

Als links zich tegen oorlogszucht wil verzetten, moet ze het imperialisme in zijn geheel aanvallen. De lessen van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zijn in 2022 nog steeds actueel.

NAVO-pantservoertuig op missie | Shutterstock

Iedereen die nog een beetje geschiedenis kent, krijgt tegenwoordig gegarandeerd vijandige reacties. Men geeft wel toe dat de oorlog in Oekraïne een voorgeschiedenis heeft, dat de NAVO zich sinds 1991 naar het oosten heeft uitgebreid en dat het bondgenootschap een indrukwekkend palmares van militaire agressie heeft. Maar “het is nu niet het juiste moment om het daarover te hebben”. Waarschijnlijk omdat niets een oorzaak buiten zichzelf om heeft.

Felix Bartels is auteur, literair onderzoeker en redacteur. Hij werkt in Berlijn voor de uitgeversgroep Eulenspiegel, waar hij onder meer de leiding heeft over de uitgeverij Aurora. Hij publiceert regelmatig over politieke theorie, geschiedenis van de filosofie, literatuur en film, met name in de linkse media Junge Welt, Neues Deutschland en konkret.

Het verwijt van whataboutism1 komt sneller dan je “Druzhba” (vriendschap in het Oekraïns) kunt zeggen. En het komt van mensen die nu oproepen tot wapenleveringen en herbewapening. Of zelfs tot deelname aan gevechtsoperaties. In ieder geval van mensen die de eenzijdige visie op het conflict tot een gewetenskwestie hebben verheven en geen moeite sparen om ons een beeld op te dringen waarin Rusland enkel dader is, Oekraïne enkel slachtoffer en het zogenaamde Westen enkel toeschouwer. Elke vraag naar verbanden wordt door hen afgedaan als een rechtvaardiging voor oorlog. Terwijl velen van hen hun liefde voor de vrede pas nu ontdekken, nu er, voor de verandering, eens iemand anders dan de NAVO bommen gooit.

Grote en kleine geesten

Voordat je je gevechtslinies opstelt, moet je een duidelijk plan in je hoofd hebben. Want deze stap kun je later niet terugdraaien. Laten we even doen alsof we van niets weten, naïef kijken in plaats van een brede kijk te ontwikkelen. Een land gebruikt de burgeroorlog in een buurland als voorwendsel om de soevereiniteit van dat land te schenden, het aan te vallen en het door de onderdrukte minderheid bewoonde deel met geweld van het land af te scheiden. Vervolgens legitimeert dat land deze militaire daad door een referendum in dat deel van het land. Aan deze beschrijving beantwoorden, zolang er geen namen worden genoemd, zowel de oorlog in Oekraïne als die in Kosovo. Rusland doet nu wat de NAVO al decennia heeft gedaan.

Een land probeert in een ander land een voor zichzelf politiek geschikte koers af te dwingen. Maar is dat niet een constante in het buitenlands beleid van de VS sinds 1945?

Zo ook op het gebied van psychologische oorlogsvoering. Al enige tijd heerst er bij ons zorgvuldig ingestudeerde verontwaardiging over filialen van Russische staatsmedia en zogenaamde trollenfabrieken die de bevolking van westerse staten beïnvloeden. Men voelt zich gedestabiliseerd en men wijst erop dat de Russische propaganda zich niet alleen richt tot anti-imperialistisch links, maar ook tot rechtse kringen. Dat geeft dan weer voeding aan de idee van een zogenaamd rood-bruin front.2 Schrijf dus op: een land probeert een politiek disparate (zowel linkse als rechtse) oppositie van een ander land te versterken via media- en directe financiële steun, d.w.z. het stuurt aan op destabilisatie met het doel op lange termijn in dat ander land een voor zichzelf politiek geschikte koers af te dwingen. Maar is dat niet een constante in het buitenlands beleid van de VS sinds 1945? Is het niet precies dat wat het Westen sinds 2004 manifest doet in Oekraïne ?

De collectieve paniek die de Duitsers momenteel in haar greep houdt — voortdurend balancerend tussen een streven naar vrede en oorlogszucht — kan zo ook worden geduid als een uiting van frustratie. Onbewust gaat men ervan uit dat het Westen het natuurlijke recht heeft andere landen binnen te vallen of te vernietigen om daar een levenswijze in te voeren die overeenkomt met de zijne, en tegelijkertijd de basis te leggen voor economische investeringen. Hoeveel postkoloniale arrogantie er in deze zienswijze schuilt, wordt duidelijk zodra iemand hetzelfde doet als het Westen, een post-tsaristische autocraat bijvoorbeeld. Die heeft daar eenvoudigweg het recht niet toe.

Een tweede drijfveer bij de Duitsers lijkt te liggen in de Duitse geschiedenis. De Duitsers hebben een probleem met de Russen net zoals ze dat met de Joden hadden. Ze zoeken in het heden naar manieren om de fouten van het verleden te wissen, of, om een woord van Eike Geisel te lenen, om “weer goed te worden”. Voor de Duitsers worden de Oekraïners dan een proxy-natie die hen de kans biedt zich als slachtoffers te zien.

De derde drijvende kracht achter de paniek lijkt echte angst te zijn. Authentieke vrees dat Europa een immens oorlogsgebied kan worden en dat de Russen weldra weer aan de poorten van Berlijn kunnen staan. Maar deze vrees houdt in dat men volledig voorbijgaat aan het feitelijke militaire machtsevenwicht tussen Rusland en de NAVO-staten, en is ook eurocentrisch. Oorlogen en massale uittocht — veel erger, veel groter dan nu — waren en zijn nog volop bezig in andere delen van de wereld, niet zelden veroorzaakt door diezelfde westerse landen waarvan de inwoners nu echt bang worden.

De NAVO is in staat tot twee soorten oorlogen, openlijke of heimelijke. En de alliantie is duidelijk beter in de heimelijke.

In zo een emotionele context moet het mediadiscours wel grove vormen aannemen. Men bijt zich vast in de charismatische figuur van Poetin, die voor sommigen gewoon een Hitler is, voor anderen een warhoofd, en meestal het ene én het andere. Het doet enigszins denken aan de roddels over Donald Trump. Met zo’n benadering kom je nooit tot een echt inzicht en een goede strategie. Het demoniseren of ridiculiseren van charismatische heerschappij, van op een veilige afstand, reproduceert zelfs de mechanismen ervan. “Wie een dictator een duivel noemt, aanbidt hem heimelijk“, hamerde Friedrich Dürrenmatt3 in 1947 op zijn typemachine. Maar niet enkel het feit dat mensen aan hem gehecht raken staat een inzicht in de weg. “Grote geesten bespreken ideeën; gemiddelde geesten bespreken gebeurtenissen; kleine geesten bespreken Vladimir Poetin”, schreef de communistische ondernemer Dmytri Kleiner4 een paar dagen geleden. De zin is zo goed dat we even over het hoofd kunnen zien dat hij alleen op Twitter is gepubliceerd. Hij vat zo ongeveer samen wat er dezer dagen gebeurt. Slechts weinigen bespreken de economische verhoudingen of ontwikkelen begrippen als vrede, oorlog en imperialisme. Er wordt veel te veel gesproken over troepenbewegingen, persconferenties en onbevestigde berichten. Ondraaglijk velen mekkeren over het gestoorde karakter van Poetin en zijn lange onderhandelingstafel.

Uitroeptekens in plaats van begrippen

Om tot de kern van de zaak te komen, moet men het loutere feitenrelaas overstijgen. Zeker, men moet erover waken om het contact met het wie-wanneer-wat-niveau niet te verliezen, maar om tot een inzicht te komen, moet je dieper graven. Ook de geopolitiek vat zichzelf logisch-historisch op, niet historisch-logisch. Het principe van het historisch materialisme komt tot uitdrukking in Lenins methode om elk fenomeen te onderzoeken vanuit het oogpunt van zijn ontstaan. Er kan een lijn worden getrokken van Thucydides5 tot Lenin. Met drie eenvoudige woorden schiep de vader van de materialistische geschiedschrijving een universaliteit die nooit meer is bereikt. Lenins analyse zou niet standhouden als Thucydides de grond niet al had bewerkt. In de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog, noemt hij drie wortels van de oorlog: angst, ambitie en gewin. In het huidige conflict herkennen we ze alle drie. Er is de bezorgdheid over de uitbreiding van de NAVO naar het oosten. De machtigste militaire alliantie ter wereld, die bekend staat om haar gewoonte buiten haar eigen grondgebied te opereren, heeft Rusland tot haar belangrijkste vijand uitgeroepen en schuift al tientallen jaren in diens richting op. Er is de langdurige minachting van het Westen voor Rusland, waarover Poetin het in zijn toespraak van 23 februari opnieuw had; een neerbuigende, arrogante houding die Rusland zeker uitdaagt. En ten derde spelen er natuurlijk economische belangen, waarvan het huidige conflict over Nord Stream 2 slechts het meest recente voorbeeld is.6

Maar waarom blijft de hele wereld dan praten over het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren en de legitimiteit van oorlogen, alsof oorlog minder erg zou zijn als die volgens het internationaal recht geoorloofd zou zijn? Omdat elke poging om de oorlog objectief te beschrijven ons ervan weerhoudt een overhaast standpunt in te nemen. Er is een immense behoefte aan uitroeptekens.

Toegegeven, het begrip imperialisme heeft ook een zeker uitroeptekengehalte. Het wordt algemeen opgevat als een waardeoordeel. Maar de materialistische opvatting gaat uit van de bestaande structuren. Als men de kenmerken van Lenin van het imperialisme op de huidige oorlog toepast, stelt men een grote overeenkomst vast.

Het belangrijkste kenmerk dat Lenin aanhaalt om de imperialistische oorlog te verklaren is de opdeling van de wereld. Of liever gezegd, het herverdelingsproces.

Lenin omschrijft het imperialisme als “het hoogste en laatste stadium van het kapitalisme”, waarin wij ons nu bevinden. Kapitalisme is een systeem dat gebaseerd is op privé-eigendom van de productiemiddelen (de fabrieken, kantoren, transportmiddelen; alle dingen die de mens gebruikt om de nodige producten te produceren). De productiemiddelen zijn in handen van individuele kapitalisten, die onderling concurreren voor de hoogste winst. Het kapitalisme in de tijd van Marx kenmerkte zich in veel grotere mate door vrije concurrentie tussen al deze bedrijven. In ons tijdperk, het imperialisme, is deze vrije concurrentie praktisch vervangen door het monopolisme, gigantische bedrijven die door de vrije concurrentie zijn samengesmolten. Lenin geeft vijf kenmerken van het imperialisme: (1) De productie en het kapitaal zijn zo sterk geconcentreerd in steeds minder handen, dat er monopolies ontstaan, die een beslissende rol in het economische leven spelen. (2) Er vindt een versmelting van bank- en industrieel kapitaal tot “financierskapitaal” plaats, en op grondslag daarvan ontstaat een financiersoligarchie. (3) Uitvoer van kapitaal krijgt, in tegenstelling tot de uitvoer van waren, een bijzonder grote betekenis. (4) Er vormen zich internationale monopolistische verbonden van kapitalisten, die de wereld onder elkaar verdelen. (5) De territoriale verdeling van de wereld tussen de grote kapitalistische mogendheden is voltooid. In hun strijd om de controle over de grondstoffen en afzetmarkten en het veiligstellen van de hoogste winst, zetten de kapitalisten de volkeren van verschillende landen tegen elkaar op en ontketenen ze oorlogen voor het herverdelen van de invloedssferen.7

In de NAVO-landen, evenals in Rusland, bestaat er een ontwikkelde monopolistische kapitalistische structuur, een uitgesproken banksector en een financiële oligarchie. Wat de uitvoer van kapitaal en de uitvoer van goederen betreft, stelt men wel vast dat Rusland wereldwijd minder investeert dan bijvoorbeeld de VS en Duitsland. Zijn kapitaaluitvoer is beperkt tot enkele landen waarmee het van oudsher betrekkingen onderhoudt. Maar juist in deze betrekkingen ligt een sleutel tot het huidige conflict.

Het belangrijkste kenmerk dat Lenin aanhaalt om de imperialistische oorlog te verklaren is de opdeling van de wereld. Of liever gezegd, het herverdelingsproces. Imperialisme ontstaat op het ogenblik dat het koloniale tijdperk, toen de grote mogendheden nog vreemde gebieden konden veroveren door middel van “ontdekking”, al voorbij is. “De wereld,” schrijft Lenin, “was voor het eerst compleet opgedeeld, zodat daarna alleen herverdelingen aan de orde komen, d.w.z. de overgang van de ene ‘eigenaar’ naar de andere, maar niet meer de inbezitneming van land zonder eigenaar.” Volgens Lenin dringt deze herverdeling zich altijd op, omdat de ontwikkeling van het kapitalisme in zijn monopolistische fase ongelijkmatig verloopt.

Misschien kan Rusland het best worden omschreven als een land dat een grote mogendheid is in termen van mogelijkheden, maar een gemiddelde mogendheid in termen van daden. Zijn imperialistische structuren komen vanwege zijn ondergeschikte positie in de internationale machtsstructuur en op de wereldmarkt, niet volledig tot ontwikkeling. Zijn militair optreden stemt daarmee overeen. In tegenstelling tot de wereldmacht, de VS, concentreert Rusland zich op zijn regionale invloedssferen. De oorlogen die het voert vinden plaats in Tsjetsjenië, Georgië en Oekraïne. Met als enige uitzondering Syrië, zijn het in feite grensconflicten. De oorlogen van de VS spelen zich af in Afghanistan, Irak, Libië, Somalië en Joegoslavië — om nog maar te zwijgen van de wereldwijde drone-oorlog die voortdurend onder de radar doorgaat.

Van expansie naar crisis

Herverdeling kan, maar hoeft niet, de vorm van een ware verovering aan te nemen. Het doel van de imperialistische expansie is het ontsluiten van nieuwe afzetmarkten, minder loonintensieve arbeidsmarkten, nieuwe bronnen van grondstoffen en (van het Panamakanaal tot Nord Stream) het veiligstellen van belangrijke distributieroutes. Natuurlijk kan gebiedscontrole ook imperialistisch relevant zijn in termen van veiligheidsbeleid. Het uiteenvallen van Joegoslavië bijvoorbeeld, dat door de westerse beleidsmakers werd bevorderd, is bijna niet te verstaan door oppervlakkige economische belangen. In het begin van de jaren negentig lijkt het er veeleer op dat het erom ging een laatste factor van onveiligheid uit de Schengen-ruimte weg te nemen. De interne vrede van de EU is gebaseerd op deze oorlog.

Het uiteenvallen van Joegoslavië bijvoorbeeld, dat door de westerse beleidsmakers werd bevorderd, is bijna niet te verstaan door oppervlakkige economische belangen.

Waar diplomatieke drukkingsmiddelen, economische invloed, ontwrichting van de media, moordaanslagen en andere inlichtingenoperaties en bewust ontketende proxy-oorlogen via schaamteloze wapenleveringen, hun doel bereiken, is er geen behoefte aan zelf geleide drone-oorlogen, bombardementen, grondoorlogen en bezettingen. De NAVO is in staat tot twee soorten oorlogen, openlijke of heimelijke. En ik denk dat de decennia sinds haar oprichting genoeg bewijs hebben geleverd om vast te stellen dat de alliantie beter is in de heimelijke.

Oekraïne was lange tijd het voorwerp van een dergelijke heimelijke oorlog. De VS en de EU streden met Rusland om dezelfde economische invloedssfeer. Maar daar eindigen de gelijkenissen en beginnen de verschillen. Ze liggen in het machtsevenwicht en in wie aanvalt en wie reageert.

Het is heel goed mogelijk dat Poetins beroemde formule van de “multipolaire wereldorde” gewoon aan zijn situatie te wijten is. Vermoedelijk zou hij een kans op een mogelijke uitbreiding van zijn invloedssfeer – als die zich zich zou voordoen – niet onbenut laten, net zomin als NAVO. Waarschijnlijk zou hij de kans op een hegemoniale positie in het ergste geval niet afslaan. Maar hij zit in de positie waarin hij zit, en hij heeft gehandeld zoals hij gehandeld heeft. Dit buiten beschouwing laten dient geen ander doel dan de NAVO-acties buiten beschouwing te laten, hetgeen de elementaire truc in de huidige oorlogsretoriek lijkt te zijn. Het zijn de westerse staten die al tientallen jaren proberen door te dringen in de oostelijke economische relaties en de van oudsher bestaande handelingsverhoudingen te vernietigen.

Zij doen dit niet omdat ze op confrontatie uit zijn, maar om hun eigen crisissen te overwinnen. Bijna niemand heeft een verband gelegd tussen de eurocrisis in 2010 en de Oekraïnecrisis in 2014. De meeste NAVO-landen maken ook deel uit van de EU, een constructie die van de ene naar de andere crisis strompelt omdat zij haar interne ongelijkheden (winst en verlies tussen haar lidstaten) niet in evenwicht kan brengen, omdat ze wel afzonderlijke begrotingen maar slechts één munteenheid heeft. De euro is daarom onstabiel, en de getroffen staten denken aan datgene waaraan het imperialisme altijd denkt: verder naar het westen (of hier: naar het oosten). De uitbreiding kan de structurele crisis van de EU niet oplossen — zij maakt haar alleen maar erger — maar uitbreiden is het enige waar het imperialisme echt goed in is. En dus probeert het.

Deze en soortgelijke botsingen kunnen alleen verdwijnen wanneer in de winstbelangen wordt gesnoeid en de interne reproductiecrisissen worden opgelost. Dat kan onder imperialistische omstandigheden slechts tijdelijk zijn. In feite kan er geen einde aan komen voordat de imperialistische entiteiten en hun onderliggende kapitalistische structuur zijn vernietigd. Het is vreemd zulke elementaire dingen te moeten opschrijven; iedereen weet het, en bijna iedereen doet alsof hij het niet weet.

De vraag naar context mag niet gesteld worden — maar het moet.

De discussie over het internationaal recht is ook een vorm van vergeten. Een materialistische benadering leidt tot de vaststelling dat alle recht tot stand komt door middel van geweld dat zich pas achteraf kan legitimeren. Deze paradox is inherent aan elk grondwetgevend proces. Hetzelfde geldt voor het begrip soevereiniteit, in zoverre in een maatschappij de staat alleen kan bestaan wanneer de soeverein de natuurtoestand in zichzelf opneemt en hem dus uitsluit van de maatschappij. Tussen staten kan een dergelijke leviathanische8 positie niet worden ingenomen omdat een superieure vorm van geweld ontbreekt.

Een materialistische benadering leidt tot de vaststelling dat alle recht tot stand komt door middel van geweld dat zich pas achteraf kan legitimeren.

Imperialisme heeft ook te maken met geostrategie, veiligheidsbeleid en economische sferen. Kants droom van eeuwigdurende vrede was slechts dat, een droom. “Het beginsel van het volkenrecht,” schrijft Hegel, “is dat de traktaten, waarop de verplichtingen van de staten tegenover elkaar berusten, moeten worden gerespecteerd. Maar omdat hun verhouding hun soevereiniteit als beginsel heeft, staan zij in de realiteit (de staat der natuur) tegenover elkaar, en hun rechten komen in werkelijkheid niet voort uit een algemeen gevormde macht die boven hen staat, maar uit hun bijzondere wil. Iedere algemene bepaling blijft dus bij ‘het zou moeten’”. En hij vervolgt: “Er is geen praetor, er zijn hoogstens scheidsrechters en bemiddelaars tussen staten.” Wie de vrijheid heeft om het recht der volkeren na te leven, doet dat. Zij die de vrijheid hebben om het te breken, doen dat.

Voor de eigen stoep vegen

Het is misschien deze gehechtheid aan het imperatief, de drang om dat “zou moeten” te behandelen alsof het een wezen is, die velen ter linkerzijde ertoe heeft gebracht de situatie te verdoezelen. Lange tijd nam men het op voor Poetin, wees men terecht op zijn reactieve positie in het conflict, maar leidde men daaruit af dat hij vreedzaam zou blijven. Vooral vertegenwoordigers van die Linke gingen op de vuist, en toen de oorlog uitbrak, vielen ze uit elkaar. Poetin is erin geslaagd om links in Duitsland lam te leggen. Het ligt momenteel verlamd op de grond. Geschokt door de oorlog en beschaamd over hun foute voorspellingen, vinden zij het moeilijk om in het offensief te gaan in de strijd tegen de wapenopbouw door de NAVO. Indien zij van meet af aan een Hegeliaanse of Leninistische nuchterheid hadden bewaard, zouden ze zich thans in een andere positie bevinden. De rechtervleugel van de partij geeft er minder om. Ze hoefden alleen maar de lade te openen met lang voorbereide memo’s waarin werd opgeroepen tot een nieuwe — “meer ruimdenkende” — relatie met de NAVO. Maar beide vleugels lijden aan dezelfde fout in hun denken. Niets van wat Poetin heeft gedaan, noopt tot een nieuwe beoordeling van de NAVO. Ofwel was haar beleid agressief vanaf 1991, in welk geval de Russische aanval het niet heeft veranderd, of ze is nooit agressief geweest, in welk geval de aanval het evenmin heeft veranderd.

Nu lijkt een directe en openlijke deelname van de NAVO aan de oorlog voorlopig van de baan te zijn. Het hing al een hele tijd gevaarlijk in de lucht. Het was niet zozeer de bevolking die ertoe opriep. De meerderheid van het volk wijst gewoonlijk oorlog en de escalatie van conflicten af. In tegenstelling tot de obligate ex-linksen — blij met een nieuwe gelegenheid om hun lezers te laten zien hoe ijverig zij Glucksmann hebben gelezen.9  Zij verwerken hun verraad aan de linkse idealen en de daarmee gepaard gaande schaamte door hun sociale geweten volledig te sussen met de strijd tegen veilig verre dictators en door vanuit de inmiddels niet meer zo goed verwarmde Berlijnse bobowijken op te roepen tot een oorlog, waarin anderen vervolgens mogen sterven. Deze salonrebellen verdedigen niet de vrijheid in Afghanistan, zij verdedigen hun eer.

Meer dan gewoonlijk roept het establishment echter ook op tot oorlog. Gevestigde journalisten en politici van de eerste rang, nochtans beslagen in het de-escaleren, spraken zich uit voor het volslagen krankzinnige plan van een NAVO-campagne tegen de Russische strijdkrachten. Friedrich Merz (CDU) zei op 4 maart dat de NAVO misschien binnenkort “beslissingen moet nemen om Poetin tegen te houden”. Of de journaliste Sabine Adler, die op 1 maart op RBB zei: “Ik denk dat dat helemaal afhangt van hoe het Westen reageert. En of we het er echt bij laten zitten, dat we als NAVO zeggen: We gaan daar niet naar binnen, we helpen daar niet. (…) De vraag is of we 40 miljoen mensen zomaar laten creperen in het centrum van Europa.” Zo klinkt het wanneer imperialistische stuurlui aan wal een oorlog willen beginnen die miljoenen slachtoffers zou kosten, die zij beweren te willen voorkomen.

Als links zich wil verzetten tegen deze oorlogszucht, die in principe niet nieuw is, maar die met een nieuwe kracht op ons afkomt, moet het teruggaan naar anti-imperialistische strategieën. Het moet, in navolging van Lenin en Karl Liebknecht, het imperialisme in zijn geheel aanvallen.

Als links zich wil verzetten tegen deze oorlogszucht moet het, in navolging van Lenin en Karl Liebknecht, het imperialisme in zijn geheel aanvallen.

Onze situatie verschilt niet zo sterk van die van 1914. Daarmee bedoel ik de vorm van het conflict, niet de omvang. Ook toen waren er imperialistische conflicten, ook toen waren er sterke en minder sterke mogendheden, meer aanvallende en meer reagerende partijen. Lenin wees erop dat die oorlog niet de oorlog van de arbeidersklasse kon zijn. Liebknecht heeft het in de formule gezet: de grootste vijand is de vijand in ons eigen land.

Wat betekent deze formule? Het zou paradoxaal zijn te veronderstellen dat ze bedoeld is als een leidraad voor het analyseren van de situatie. Zodra de belangrijkste vijand in het ene land is geïdentificeerd, kan hij het niet meer in een ander land zijn. Een efficiënte Internationale kan op deze wijze niet tot stand komen. Liebknechts formule zou niet opgaan. De vorming van een internationaal volksfront dat het eens is over een globale hoofdvijand is slechts onder bepaalde voorwaarden dwingend. Dergelijke omstandigheden bestonden in 1934 ten overstaan van het fascisme, niet in 1914 en niet vandaag. Dat de belangrijkste vijand zich altijd in eigen land bevindt, betekent niets anders dan dat linksen van elk land voor hun eigen deur moeten vegen. Niet omdat het imperialisme in eigen land altijd de top van het mondiale complex vormt, maar omdat alleen op die manier een echte internationale tot stand kan komen die anti-imperialistisch is in de strikte zin van het woord. De formule richt zich niet alleen op de inhoud, maar ook op de houding in de strijd. De macht en de aantrekkingskracht van de eigen regering, het eigen land, de eigen cultuur op een individu zijn altijd groter dan die van welke buitenlandse entiteit ook. De formule van Liebknecht is er niet een tegen oorlog (die hij toch niet kon voorkomen). Het is er een tegen opportunisme.

De Duitse linkerzijde verdedigt haar eer niet in Oekraïne, ze verdedigt hem in Duitsland.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Junge Welt, 12 maart 2022.

Footnotes

  1. Whataboutism is een drogreden waarmee iemand de beschuldiging van een misstand niet weerlegt, maar de opponent er met een retorische vraag “What about …? (Ja, maar wat dan met…?)” van beticht de ogen te sluiten voor een andere, soms ernstiger misstand.
  2. Hiermee wordt verwezen naar een verbond tussen krachten buiten de liberale mainstream, bestaande uit radicaal-linkse en rechtse krachten. Of dit soort verbonden effectief bestaan is weer een andere vraag.
  3. Dürrenmatt was een Zwitsers grafisch kunstenaar, journalist en toneelschrijver.
  4. Oprichter van het “Telekommunisten Collectief”, dat internet- en telefoondiensten aanbiedt, maar ook artistieke projecten uitvoert die onderzoeken hoe communicatietechnologieën sociale relaties in zich dragen, zoals deadSwap (2009) en Thimbl (2010).
  5. Thucydides (ca. 460 — 400 v.Chr.) was een Atheens legeraanvoerder en geschiedschrijver van de Peloponnesische Oorlog tussen Athene en Sparta.
  6. Een van de eerste slachtoffers van de Russische invasie van Oekraïne was de Nord Stream 2-gaspijpleiding, een enorm energieproject dat al 11 miljard dollar heeft gekost. Het werd ontworpen om de gasstroom tussen Rusland en Duitsland te verdubbelen.
  7. Zie Lenin, Het imperialisme als hoogste stadium van het kapitalisme, Progres, Moskou, 1966 [1916].
  8. Hobbes heeft het over Leviathan en bedoelt daarmee de staat. Hij geeft aan dat individuen zijn gericht op het bevorderen van het eigen bestaan en een tevreden leven, waarbij ze de natuurtoestand willen verlaten. Daarbij is een instantie nodig die er voor kan zorgen dat men zich aan de natuurwetten houdt. Deze zijn namelijk weliswaar door de rede te ontdekken, maar de mens is ook onderworpen aan natuurlijke aandoeningen, die hiermee in strijd zijn, zoals trots. Daarbij zijn de aandoeningen over het algemeen sterker dan de rede. Deze instantie moet over werkelijke macht beschikken, want afspraken zonder macht om deze af te dwingen zijn slechts woorden en kunnen iemand in het geheel niet beschermen
  9. André Glucksmann was een Franse filosoof en essayist. In zijn jeugd was hij betrokken bij het maoïsme, maar later werd hij geassocieerd met de zogenaamde “nieuwe filosofen” en ging hij geleidelijk in de richting van een atlantische en neoliberale houding.